ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0100
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Vellinga, vice-president
- Bons, griffier
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijk verklaring van kantonrechter in verkeersboetezaak
In deze zaak gaat het om een hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter te Meppel, die op 25 september 2000 het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk heeft verklaard. De betrokkene, wonende te [woonplaats], heeft hoger beroep ingesteld tegen deze beslissing. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend, maar heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om te reageren op de nadere toelichting van de betrokkene.
De beoordeling van het gerechtshof richt zich op de vraag of de kantonrechter terecht heeft geoordeeld dat het beroep niet-ontvankelijk was. Het hof stelt vast dat ingevolge artikel 11, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV), een beroepschrift door de officier van justitie aan het kantongerecht ter kennis moet worden gebracht binnen zes weken na het stellen van zekerheid voor de betaling van de sanctie. Het hof concludeert dat de mededelingen van de officier van justitie aan de betrokkene niet voldoen aan de wettelijke vereisten, omdat er geen duidelijke datum is vermeld waarop de termijn voor zekerheidstelling aanvangt.
Het hof oordeelt dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat aan de wettelijke voorschriften is voldaan. Het hof vernietigt de beslissing van de kantonrechter en wijst de zaak terug naar het kantongerecht te Meppel, zodat de kantonrechter een nieuwe termijn kan bepalen voor de betrokkene om zekerheid te stellen. Dit arrest is uitgesproken op 24 januari 2001 door mr. Vellinga, vice-president, in aanwezigheid van mevrouw Bons, griffier.