ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0101
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Vellinga, vice-president
- Vlietstra, griffier
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van de beslissing van de kantonrechter inzake termijnoverschrijding bij administratieve sanctie
In deze zaak heeft het Gerechtshof Leeuwarden op 31 januari 2001 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter te Utrecht van 21 augustus 2000. De kantonrechter had het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. De betrokkene, wonende te (woonplaats), heeft hoger beroep ingesteld tegen deze beslissing. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend, maar de betrokkene heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om het beroep schriftelijk nader toe te lichten.
De beoordeling van het hof richtte zich op de tijdigheid van het beroepschrift, dat gedateerd was op 12 januari 2000 en op 14 januari 2000 bij het arrondissementsparket was ingekomen. De inleidende beschikking was op 20 juli 1999 aan de betrokkene toegezonden, waardoor het beroepschrift niet tijdig was ingediend. Het hof heeft de relevante artikelen van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in overweging genomen. Volgens artikel 6:11 Awb kan een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring achterwege blijven indien redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat de indiener in verzuim is geweest.
Het hof concludeert dat de kantonrechter op goede gronden heeft geoordeeld dat de door de betrokkene aangevoerde reden voor de termijnoverschrijding niet voldoende was om te concluderen dat de indiener in verzuim was. Daarom bevestigt het hof de beslissing van de kantonrechter. Deze uitspraak is gedaan door mr. Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van mr. Vlietstra, als griffier, en is openbaar uitgesproken op de zitting van 31 januari 2001.