ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0101

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
31 januari 2001
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00283
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga, vice-president
  • Vlietstra, griffier
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging van de beslissing van de kantonrechter inzake termijnoverschrijding bij administratieve sanctie

In deze zaak heeft het Gerechtshof Leeuwarden op 31 januari 2001 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter te Utrecht van 21 augustus 2000. De kantonrechter had het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. De betrokkene, wonende te (woonplaats), heeft hoger beroep ingesteld tegen deze beslissing. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend, maar de betrokkene heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om het beroep schriftelijk nader toe te lichten.

De beoordeling van het hof richtte zich op de tijdigheid van het beroepschrift, dat gedateerd was op 12 januari 2000 en op 14 januari 2000 bij het arrondissementsparket was ingekomen. De inleidende beschikking was op 20 juli 1999 aan de betrokkene toegezonden, waardoor het beroepschrift niet tijdig was ingediend. Het hof heeft de relevante artikelen van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in overweging genomen. Volgens artikel 6:11 Awb kan een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring achterwege blijven indien redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat de indiener in verzuim is geweest.

Het hof concludeert dat de kantonrechter op goede gronden heeft geoordeeld dat de door de betrokkene aangevoerde reden voor de termijnoverschrijding niet voldoende was om te concluderen dat de indiener in verzuim was. Daarom bevestigt het hof de beslissing van de kantonrechter. Deze uitspraak is gedaan door mr. Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van mr. Vlietstra, als griffier, en is openbaar uitgesproken op de zitting van 31 januari 2001.

Uitspraak

WAHV 00/00283
31 januari 2001
CJIB 27499437
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Utrecht
van 21 augustus 2000
betreffende
( naam betrokkene),
wonende te (woonplaats).
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Utrecht ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Ingevolge het in art. 6, eerste lid, WAHV en de art. 6:7 en 6:8 Awb bepaalde, dient het beroep bij de officier van justitie tegen de oplegging van de administratieve sanctie te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen een termijn van zes weken, welke termijn aanvangt op de dag na die waarop de inleidende beschikking aan de betrokkene is toegezonden.
3.2. Het beroepschrift is gedateerd 12 januari 2000 en blijkens een daarop gesteld stempel op 14 januari 2000 bij het arrondissementsparket ingekomen. Aangezien de inleidende beschikking blijkens het zaaksoverzicht van het CJIB op 20 juli 1999 aan de betrokkene is toegezonden is het beroepschrift niet tijdig ingediend.
3.3. Ingevolge artikel 6:11 Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat de indiener in verzuim is geweest.
3.4. De kantonrechter heeft op goede gronden geoordeeld dat de door de betrokkene aangevoerde reden voor de termijnoverschrijding niet met zich mee brengt dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
3.5. De beslissing van de kantonrechter dient, gelet op het voorgaande, te worden bevestigd.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Vlietstra, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 31 januari 2001.