ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0101

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
31 januari 2001
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00283
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 WAHVArt. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:11 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen administratieve sanctie wegens termijnoverschrijding

De betrokkene had beroep ingesteld tegen een beslissing van de officier van justitie inzake een administratieve sanctie. De kantonrechter had dit beroep ongegrond verklaard omdat het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken was ingediend.

Het gerechtshof beoordeelde dat het beroepschrift op 12 januari 2000 was gedateerd en op 14 januari 2000 was ontvangen, terwijl de beschikking op 20 juli 1999 aan de betrokkene was toegezonden. Hierdoor was het beroep niet tijdig ingediend.

Volgens artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan een beroepschrift dat na afloop van de termijn is ingediend toch ontvankelijk worden verklaard als redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat de indiener in verzuim is geweest. De kantonrechter had geoordeeld dat de door betrokkene aangevoerde reden voor de termijnoverschrijding dit niet rechtvaardigde.

Het gerechtshof bevestigde deze beoordeling en daarmee de beslissing van de kantonrechter. Het arrest werd gewezen door mr Vellinga, vice-president, en uitgesproken op 31 januari 2001.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

WAHV 00/00283
31 januari 2001
CJIB 27499437
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Utrecht
van 21 augustus 2000
betreffende
( naam betrokkene),
wonende te (woonplaats).
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Utrecht ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Ingevolge het in art. 6, eerste lid, WAHV en de art. 6:7 en Pro 6:8 Awb bepaalde, dient het beroep bij de officier van justitie tegen de oplegging van de administratieve sanctie te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen een termijn van zes weken, welke termijn aanvangt op de dag na die waarop de inleidende beschikking aan de betrokkene is toegezonden.
3.2. Het beroepschrift is gedateerd 12 januari 2000 en blijkens een daarop gesteld stempel op 14 januari 2000 bij het arrondissementsparket ingekomen. Aangezien de inleidende beschikking blijkens het zaaksoverzicht van het CJIB op 20 juli 1999 aan de betrokkene is toegezonden is het beroepschrift niet tijdig ingediend.
3.3. Ingevolge artikel 6:11 Awb Pro blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet geoordeeld kan worden dat de indiener in verzuim is geweest.
3.4. De kantonrechter heeft op goede gronden geoordeeld dat de door de betrokkene aangevoerde reden voor de termijnoverschrijding niet met zich mee brengt dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
3.5. De beslissing van de kantonrechter dient, gelet op het voorgaande, te worden bevestigd.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Vlietstra, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 31 januari 2001.