ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0104
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Huisman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken zekerheidstelling WAHV
Betrokkene stelde beroep in tegen een beslissing van de officier van justitie, maar de kantonrechter verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat niet tijdig zekerheid was gesteld voor betaling van de opgelegde sanctie, zoals vereist volgens art. 11 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV).
Het hof behandelde het hoger beroep en oordeelde dat de mededelingen van de officier van justitie over de zekerheidstelling niet aan de wettelijke vereisten voldeden omdat daarin geen aanvangsdatum van de termijn voor zekerheidstelling was vermeld. Desondanks bleek uit het proces-verbaal en de correspondentie dat betrokkene op de hoogte was gesteld van de termijn en gelegenheid had gekregen alsnog zekerheid te stellen, maar dit niet heeft gedaan.
Het hof concludeerde dat aan de eisen van art. 11, derde lid, WAHV was voldaan en bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter dat het beroep niet-ontvankelijk is. Betrokkene verscheen niet bij de zitting van het hof, terwijl hij wel een zitting had verzocht.
De uitspraak benadrukt het belang van duidelijke communicatie over de zekerheidstelling en de gevolgen van het nalaten daarvan in bestuursstrafrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens het niet tijdig stellen van zekerheid voor betaling van de sanctie.