ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0106

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
7 februari 2001
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00345
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Kalsbeek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 WAHVArt. 13 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging beslissing kantonrechter wegens niet-openbare uitspraak en niet-ontvankelijkheid beroep

Het Gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter te Zuidbroek waarbij het beroep van betrokkene tegen een bestuursstrafrechtelijke sanctie niet-ontvankelijk werd verklaard. De kantonrechter had dit gedaan omdat betrokkene geen zekerheid had gesteld voor betaling van de sanctie binnen de gestelde termijn.

Het hof oordeelde dat de mededeling van de officier van justitie omtrent de termijn en wijze van zekerheidstelling niet voldeed aan de wettelijke eisen van artikel 11 WAHV Pro, omdat de brieven de termijn startten op de datum van de brief en niet op de datum van verzending. Hierdoor was de niet-ontvankelijkverklaring onjuist.

Desondanks bleek uit correspondentie dat betrokkene niet van plan was zekerheid te stellen, zodat hij niet in een rechtens te respecteren belang was geschaad. Het hof constateerde echter dat de uitspraak van de kantonrechter niet openbaar was gedaan, wat een fundamenteel procesrechtelijk vereiste is. Dit leidde tot nietigheid van de beslissing.

Het hof vernietigde daarom de beslissing van de kantonrechter en verklaarde het beroep van betrokkene alsnog niet-ontvankelijk, waarmee het beroep formeel werd afgewezen.

Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard en de beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd wegens niet-openbare uitspraak.

Uitspraak

WAHV 00/00345
7 februari 2001
CJIB 31379763
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Zuidbroek
van 18 september 2000
betreffende
[naam] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Groningen niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Ingevolge art. 11, eerste lid, WAHV wordt een bij de officier van justitie ingediend beroepschrift door deze aan het kantongerecht ter kennis gebracht binnen zes weken nadat de indiener zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de sanctie dan wel de termijn daarvoor is verstreken.
Het derde lid van art. 11 WAHV Pro houdt in dat:
- de zekerheid wordt gesteld bij het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden (CJIB), hetzij door middel van de aan de betrokkene toegezonden accept-giro, hetzij anderszins door storting op de rekening van het CJIB;
- de officier van justitie de indiener van het beroepschrift na de ontvangst ervan wijst op de verplichting tot zekerheidstelling en hem meedeelt dat de zekerheid dient te geschieden binnen twee weken na de dag van verzending van deze mededeling;
- indien de zekerheidstelling niet binnen deze termijn is geschied het beroep door de kantonrechter niet-ontvankelijk wordt verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
3.2. Een redelijke uitleg van deze wetsbepaling brengt mee dat de voorgeschreven mededeling van de officier van justitie tenminste moet inhouden dat op grond van een wettelijk voorschrift (art. 11 WAHV Pro) zekerheid dient te worden gesteld voor de betaling van de opgelegde sanctie en dat het bedrag van de zekerheidstelling gelijk is aan het bedrag van die sanctie, en voorts de wijze waarop en de termijn waarbinnen zekerheid dient te worden gesteld, alsmede dat wanneer tijdige zekerheidstelling achterwege blijft het beroep door de kantonrechter niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Ten aanzien van die aan betrokkene te verstrekken informatie kan niet worden volstaan met verwijzing naar hetgeen is vermeld op de achterzijde van de inleidende beschikking.
3.3. Bij de stukken van het geding bevinden zich de in de bestreden beslissing bedoelde mededelingen omtrent de zekerheidstelling, te weten een brief van 19 juli 2000 en een brief van 3 augustus 2000 van de officier van justitie aan de betrokkene. Geen van beide brieven kan echter worden aangemerkt als een mededeling als bedoeld in art. 11, derde lid, WAHV, onder meer omdat zowel in de brief van 19 juli 2000 als in de brief van 3 augustus 2000 als aanvang van de termijn van twee weken waarbinnen zekerheid dient te worden gesteld de dagtekening van de brief wordt vermeld in plaats van de datum van verzending. Dit brengt mee dat het in de bestreden beslissing besloten liggend oordeel van de kantonrechter dat is voldaan aan voormeld wettelijk voorschrift niet juist is en dat het beroep dan ook ten onrechte op die grond niet-ontvankelijk is verklaard.
3.4. Uit diverse brieven van de betrokkene leidt het hof af, dat de betrokkene geenszins van plan is zekerheid te stellen.
3.5. Nu betrokkene blijkens het vorenoverwogene aldus niet in een rechtens te respecteren belang is geschaad door de omstandigheid, dat de ingevolge artikel 11, derde lid, WAHV aan betrokkene verstrekte informatie ten aanzien van de (aanvang van) de termijn waarbinnen zekerheid dient te zijn gesteld niet juist is, vergt die enkele omstandigheid niet dat betrokkene een nieuwe termijn wordt gesteld waarbinnen hij alsnog zekerheid kan stellen.
3.6. Niettemin kan de beslissing van de kantonrechter, gelet op het navolgende, niet worden bevestigd.
3.7. Het tweede lid van art. 13 WAHV Pro schrijft voor dat de beslissing van de kantonrechter op een openbare zitting wordt uitgesproken. Uit de beslissing zelf blijkt niet dat de uitspraak in het openbaar is gedaan. Verder bevindt zich bij de stukken van het geding niet een proces-verbaal waaruit kan volgen dat de
uitspraak is gedaan op een openbare zitting. Het voorschrift met betrekking tot de openbaarheid van de uitspraak is voor een goede rechtspleging van zo wezenlijke betekenis dat de niet-naleving daarvan leidt tot nietigheid van de betreffende beslissing.
3.8. Het hof zal daarom de bestreden beslissing vernietigen en doen hetgeen de kantonrechter zou behoren te doen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de bestreden beslissing;
verklaart het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door mr Kalsbeek, raadsheer, in tegenwoordigheid van mevrouw Bons als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 7 februari 2001.