ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0107

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
7 februari 2001
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00348
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:15 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep inzake niet-ontvankelijkheid beroep tegen beslissing officier van justitie in bestuursstrafzaak

De betrokkene had een tweede aanmaning van het CJIB met een computeruitdraai over autoverhuur teruggezonden aan het CJIB. Deze stukken werden door het parket onterecht aangemerkt als een beroepschrift tegen de kantonrechter en doorgezonden naar het hof.

Het hof oordeelt dat deze stukken geen beroep zijn tegen de beslissing van de kantonrechter, maar een verzoek aan de officier van justitie om de beschikking in te trekken of de sanctie te stoppen. Daarom zijn de stukken onterecht doorgezonden naar de kantonrechter en het hof.

Het hof besluit de stukken terug te zenden naar de officier van justitie te Groningen voor behandeling, met mededeling aan de betrokkene. Het arrest is gewezen door vice-president Vellinga en uitgesproken op 7 februari 2001.

Uitkomst: Het hof verklaart het beroep niet-ontvankelijk en zendt de stukken terug naar de officier van justitie voor behandeling.

Uitspraak

WAHV 00/00348
7 februari 2001
CJIB 27384449
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Groningen
van 2 februari 2000
betreffende
[naam] (hierna te noemen: betrokkene),
zetelend te [plaatsnaam].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Groningen niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft een “tweede aanmaning” van het CJIB d.d. 27 september 2000 geretourneerd aan het CJIB. De betrokkene heeft hierbij een computeruitdraai gevoegd inhoudende gegevens van de verhuur van een auto in de periode 21 juni 1999 tot en met 21 juli 1999. Het CJIB heeft deze stukken vervolgens gezonden naar het arrondissementsparket te Groningen. Het parket heeft de stukken doorgezonden naar de griffie van het kantongerecht, waar deze stukken zijn aangemerkt als een beroepschrift, gericht tegen de beslissing van de kantonrechter d.d. 2 februari 2000. Vervolgens zijn deze stukken aan de griffie van het hof gezonden.
Het hof heeft de advocaat-generaal in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, waarvan gebruik is gemaakt.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld op het verweerschrift te reageren. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Het hof is van oordeel, dat de door de betrokkene aan het CJIB toegezonden stukken moeten worden opgevat als een verzoek aan de officier van justitie om de inleidende beschikking in te trekken dan wel de inning van de opgelegde sanctie stop te zetten. Gelet hierop zijn deze stukken door het arrondissementsparket ten onrechte doorgezonden naar de griffie van het kantongerecht. Nu deze stukken geen beroep inhouden tegen de beslissing van de kantonrechter van 2 februari 2000, zijn deze vervolgens ten onrechte doorgezonden naar de griffie van het hof.
3.2. Gelet op het vorenoverwogene zal het hof meergenoemde stukken ter behandeling doorzenden naar de officier van justitie te Groningen, onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de betrokkene.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
zendt de “tweede aanmaning” d.d. 27 september 2000 met bijlage ter behandeling door naar de officier van justitie te Groningen.
Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 7 februari 2001.