ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0107
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Vellinga
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijk verklaring van kantonrechter in bestuursrechtelijke zaak
In deze zaak gaat het om een hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter te Groningen, die op 2 februari 2000 het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk heeft verklaard. De betrokkene had een tweede aanmaning van het CJIB, gedateerd 27 september 2000, geretourneerd en daarbij een computeruitdraai gevoegd met gegevens over de verhuur van een auto in de periode van 21 juni 1999 tot en met 21 juli 1999. Deze stukken werden door het CJIB doorgestuurd naar het arrondissementsparket te Groningen, dat ze op zijn beurt naar de griffie van het kantongerecht zond, waar ze als beroepschrift werden aangemerkt. Het hof heeft de advocaat-generaal in de gelegenheid gesteld om een verweerschrift in te dienen, wat ook is gebeurd. De betrokkene heeft echter geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om op dit verweerschrift te reageren.
Het hof oordeelt dat de stukken die door de betrokkene aan het CJIB zijn gezonden, moeten worden opgevat als een verzoek aan de officier van justitie om de inleidende beschikking in te trekken of de inning van de opgelegde sanctie stop te zetten. Het hof concludeert dat deze stukken ten onrechte door het arrondissementsparket naar de griffie van het kantongerecht zijn doorgestuurd, aangezien ze geen beroep tegen de beslissing van de kantonrechter inhouden. Het hof besluit daarom om de stukken ter behandeling door te zenden naar de officier van justitie te Groningen, met een gelijktijdige mededeling aan de betrokkene.
De beslissing van het gerechtshof is om de tweede aanmaning met bijlage ter behandeling door te zenden naar de officier van justitie te Groningen. Dit arrest is gewezen door mr. Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 7 februari 2001.