ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0108

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
14 februari 2001
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00300
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11, derde lid, WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-stellen zekerheid WAHV-sanctie

Het Gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter te Wageningen die het beroep van betrokkene niet-ontvankelijk had verklaard. Dit vanwege het niet binnen de wettelijke termijn stellen van zekerheid voor de betaling van een opgelegde administratieve sanctie op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV).

De betrokkene had het beroep ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie, maar maakte geen gebruik van de gelegenheid om het beroep schriftelijk nader toe te lichten. De advocaat-generaal diende een verweerschrift in. Het hof bevestigde de niet-ontvankelijkheid omdat de kantonrechter terecht had vastgesteld dat de betrokkene niet aan de termijnvereiste had voldaan.

Het hof gaf het openbaar ministerie nog de overweging om, gezien de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, te onderzoeken of de tijdens het geding overgelegde huurovereenkomst aanleiding zou kunnen geven tot vernietiging van de inleidende beschikking alvorens tot inning van de sanctie over te gaan.

Het arrest werd gewezen door mr Vellinga, vice-president, en uitgesproken op 14 februari 2001.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het beroep wegens het niet tijdig stellen van zekerheid voor betaling van de administratieve sanctie.

Uitspraak

WAHV 00/00300
14 februari 2001
CJIB 27839314
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Wageningen
van 16 juni 2000
betreffende
[naam]
(hierna te noemen: betrokkene),
zetelend te [plaatsnaam].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Arnhem niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt
3. Beoordeling
3.1. De kantonrechter heeft, uitgaande van zijn - in hoger beroep niet bestreden - vaststelling dat de betrokkene niet binnen de in art. 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie, terecht het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter dient derhalve te worden bevestigd.
3.2. Het hof geeft met het oog op de algemene beginselen van behoorlijk bestuur het openbaar ministerie in overweging alvorens tot inning van de opgelegde sanctie over te gaan te bezien of de door de gemachtigde van de betrokkene tijdens het geding diverse malen overgelegde huurovereenkomst aanleiding vormt de inleidende beschikking te vernietigen.
4.De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Hiemstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 14 februari 2001.