ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0109

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
21 februari 2001
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00284
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • mr. Vellinga
  • mr. Hiemstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen beschikking kantonrechter inzake niet-ontvankelijkheid verzet

In deze zaak gaat het om een hoger beroep tegen een beschikking van de kantonrechter te Utrecht, die op 25 juli 2000 het verzet van de betrokkene tegen de tenuitvoerlegging van een kennisgeving van verhaal niet-ontvankelijk heeft verklaard. De betrokkene, wonende te [woonplaats], heeft hoger beroep ingesteld tegen deze beslissing. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend en de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.

De beoordeling van het gerechtshof is gebaseerd op artikel 27, zesde lid, in samenhang met artikel 26a, tweede en derde lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). Het hof stelt vast dat de betrokkene slechts ontvankelijk kan zijn in het hoger beroep na voorafgaande zekerheidstelling van het verschuldigde bedrag en betaling van het griffierecht. De griffier van het kantongerecht heeft de betrokkene in een brief van 22 augustus 2000 in de gelegenheid gesteld om het griffierecht te betalen, maar uit een latere brief blijkt dat dit niet is gebeurd binnen de gestelde termijn.

Daarom concludeert het hof dat de betrokkene niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het hoger beroep. De reactie van de betrokkene op het verweerschrift is te laat ingediend en kan derhalve niet in de beoordeling worden meegenomen. De beslissing van het gerechtshof is op 21 februari 2001 uitgesproken door mr. Vellinga, vice-president, in aanwezigheid van mr. Hiemstra als griffier.

Uitspraak

WAHV 00/00284
21 februari 2001
CJIB 27281344
Gerechtshof te Leeuwarden
Beschikking
op het hoger beroep tegen de beschikking
van de kantonrechter te Utrecht
van 25 juli 2000
betreffende
[naam] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het verzet van de betrokkene tegen de tenuitvoerlegging van een door de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden op 20 april 2000 uitgevaardigde kennisgeving van verhaal niet-ontvankelijk verklaard. De beschikking van de kantonrechter is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beschikking van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
Na afloop van de daartoe gestelde termijn heeft de betrokkene schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
3. Beoordeling
3.1. Ingevolge art. 27, zesde lid, jo art. 26a, tweede en derde lid, WAHV is degene die hoger beroep heeft ingesteld tegen een beschikking als de onderhavige slechts ontvankelijk in dat beroep na voorafgaande zekerheidstelling van het nog verschuldigde bedrag en van al de kosten en voorts na betaling van het verschuldigde griffierecht. Bij brief van 22 augustus 2000 heeft de griffier van het kantongerecht de betrokkene in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na de dag van verzending van zijn mededeling het griffierecht te betalen door storting van het verschuldigde bedrag op de bankrekening ten name van het Arrondissement Utrecht. Uit een brief d.d. 11 september 2000 van de arrondissementale stafdienst Utrecht, financiële en economische zaken, aan het kantongerecht blijkt evenwel dat binnen die termijn geen griffierecht is betaald.
Gelet hierop dient de betrokkene in het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
3.2. De reactie op het verweerschrift is binnengekomen na afloop van de daartoe gestelde termijn. Derhalve kan op de inhoud van de nadere reactie - die overigens niet afdoet aan het vorenoverwogene - geen acht worden geslagen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mr Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Hiemstra, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 21 februari 2001.