ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0109

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
21 februari 2001
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00284
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 19 WAHVArt. 26a WAHVArt. 27 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht bij bestuursstrafrechtelijke beschikking

Betrokkene was in verzet gegaan tegen de tenuitvoerlegging van een kennisgeving van verhaal uitgevaardigd door de officier van justitie. De kantonrechter had het verzet niet-ontvankelijk verklaard. Betrokkene stelde vervolgens hoger beroep in bij het Gerechtshof Leeuwarden.

Volgens de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) moet degene die hoger beroep instelt, vooraf zekerheid stellen voor het verschuldigde bedrag en griffierecht betalen. Betrokkene werd door de griffier verzocht het griffierecht binnen twee weken te voldoen, maar dit geschiedde niet.

Het hof oordeelde dat betrokkene daarom niet-ontvankelijk is in het hoger beroep. Een nadere schriftelijke toelichting van betrokkene kwam te laat binnen en kon geen invloed hebben op de beslissing. Het hof bevestigde daarmee de beslissing van de kantonrechter en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

WAHV 00/00284
21 februari 2001
CJIB 27281344
Gerechtshof te Leeuwarden
Beschikking
op het hoger beroep tegen de beschikking
van de kantonrechter te Utrecht
van 25 juli 2000
betreffende
[naam] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het verzet van de betrokkene tegen de tenuitvoerlegging van een door de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden op 20 april 2000 uitgevaardigde kennisgeving van verhaal niet-ontvankelijk verklaard. De beschikking van de kantonrechter is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beschikking van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
Na afloop van de daartoe gestelde termijn heeft de betrokkene schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
3. Beoordeling
3.1. Ingevolge art. 27, zesde lid, jo art. 26a, tweede en derde lid, WAHV is degene die hoger beroep heeft ingesteld tegen een beschikking als de onderhavige slechts ontvankelijk in dat beroep na voorafgaande zekerheidstelling van het nog verschuldigde bedrag en van al de kosten en voorts na betaling van het verschuldigde griffierecht. Bij brief van 22 augustus 2000 heeft de griffier van het kantongerecht de betrokkene in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na de dag van verzending van zijn mededeling het griffierecht te betalen door storting van het verschuldigde bedrag op de bankrekening ten name van het Arrondissement Utrecht. Uit een brief d.d. 11 september 2000 van de arrondissementale stafdienst Utrecht, financiële en economische zaken, aan het kantongerecht blijkt evenwel dat binnen die termijn geen griffierecht is betaald.
Gelet hierop dient de betrokkene in het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
3.2. De reactie op het verweerschrift is binnengekomen na afloop van de daartoe gestelde termijn. Derhalve kan op de inhoud van de nadere reactie - die overigens niet afdoet aan het vorenoverwogene - geen acht worden geslagen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mr Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Hiemstra, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 21 februari 2001.