ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0112

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
26 februari 2001
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00245
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:4 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 26 WAHVArt. 26a WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens overschrijding termijn dwangbevel WAHV

Betrokkene stelde hoger beroep in tegen de beschikking van de kantonrechter die het verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel ongegrond verklaarde. Het hof beoordeelde of het hoger beroep tijdig was ingesteld volgens art. 26a WAHV.

De beschikking van de kantonrechter werd op 21 april 2000 verzonden, terwijl het beroepschrift pas op 9 mei 2000 bij de griffie binnenkwam, wat de termijn van twee weken overschrijdt. De wetgever voorziet niet in verschoonbaarheid van deze termijnoverschrijding, behalve in bijzondere klemmende omstandigheden, die hier niet aanwezig zijn.

De verzending per aangetekende post op 3 mei 2000 leidde niet tot een eerdere ontvangst bij de griffie dan 9 mei 2000. Het hof concludeerde daarom dat betrokkene niet-ontvankelijk is in het hoger beroep en verklaarde het beroep ongegrond.

Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

WAHV 00/00245
26 februari 2001
CJIB 21303189
Gerechtshof te Leeuwarden
Beschikking
op het hoger beroep tegen de beschikking
van de kantonrechter te Sommelsdijk
van 14 april 200
betreffende
naam (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te (naam woonplaats).
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het verzet van de betrokkene tegen de tenuitvoerlegging van een door de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden op 9 december 2001 uitgevaardigd dwangbevel ongegrond verklaard. De beschikking van de kantonrechter is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beschikking van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Beoordeling
Blijkens de stukken van het geding is de mededeling van de beschikking van het kantongerecht op 21 april 2000 verzonden. Het beroepschrift is blijkens een daarop geplaatst stempel ter griffie van het kantongerecht ingekomen op 9 mei 2000. Het hoger beroep is derhalve niet ingesteld binnen de in art. 26a, eerste lid, WAHV voorgeschreven termijn van twee weken na de verzending van de mededeling van de beschikking van het kantongerecht.
Ingevolge het bepaalde in het tweede lid van art. 1:4 Awb Pro zijn de art. 6:9 en Pro 6:11 Awb van toepassing uitgesloten. De wetgever heeft bij de vaststelling van de huidige tekst van art. 26a WAHV in lid 3 van dat artikel wel voorzien in de gelegenheid tot herstel van het verzuim met betrekking tot de betaling van het griffierecht, doch niet in de mogelijkheid van verschoonbaarheid van overschrijding van de in art. 26a, eerste lid, WAHV genoemde termijn. In die omstandigheden moet worden aangenomen, dat de wetgever –anders dan in het niet van toepassing zijnde art. 6:11 Awb Pro- in beginsel niet heeft willen voorzien in verschoonbaarheid van overschrijding van de in art. 26a, eerste lid, WAHV genoemde termijn. Daarom kan slechts in bijzondere omstandigheden van klemmende aard worden aangenomen, dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend verzetschrift op grond daarvan niet-ontvankelijkverklaring achterwege dient te blijven.
Het beroepschrift is gedateerd 3 mei 2000 en het is blijkens een sticker van de PTT op de envelop aangetekend op deze datum verzonden. Het beroepschrift is vervolgens op 9 mei 2000 ontvangen ter griffie van het kantongerecht. Het hof gaat ervan uit dat de PTT het aangetekend verzonden beroepschrift eerst op laatstgenoemde datum aan het kantongerecht heeft aangeboden. Die omstandigheid levert echter geen bijzondere omstandigheid van klemmende aard op als bedoeld in r.o. 3.2.
De betrokkene moet derhalve in het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.
De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mr Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 februari 2001.