ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0114

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
26 februari 2001
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00343
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 lid 3 WAHVArt. 14 WAHVArt. 21 lid 2 WAHVArt. 25 lid 3 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens lage administratieve sanctie WAHV

De betrokkene was in beroep gegaan tegen een beslissing van de kantonrechter Lelystad waarin een administratieve sanctie van ƒ 60,-- was opgelegd. Het gerechtshof Leeuwarden oordeelde dat op grond van artikel 14 WAHV Pro hoger beroep alleen mogelijk is als de sanctie meer bedraagt dan ƒ 150,-- of bij niet-ontvankelijkheid wegens het niet stellen van zekerheid.

Omdat de sanctie in deze zaak lager was dan ƒ 150,-- werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. De betrokkene had wel zekerheid gesteld ter hoogte van de sanctie, maar was inmiddels overleden. Volgens artikel 25, derde lid, WAHV vervalt het recht van verhaal bij overlijden, waardoor de zekerheid aan de nabestaanden moet worden gerestitueerd.

De zaak is behandeld op 12 februari 2001, waarbij de betrokkene niet aanwezig was. De advocaat-generaal was wel aanwezig. Het arrest is uitgesproken op 26 februari 2001 door mr Vellinga, vice-president van het gerechtshof Leeuwarden.

Uitkomst: Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens administratieve sanctie onder ƒ 150,--.

Uitspraak

WAHV 00/00343
26 februari 2001
CJIB 26808464
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Lelystad
van 10 juli 2000
betreffende
naam (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te (woonplaats).
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Zwolle ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep. Bij de nadere toelichting op het beroep is verzocht om een behandeling ter zitting.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
De zaak is behandeld ter zitting van 12 februari 2001. Als gemachtigde van de advocaat-generaal is verschenen mr J.J. Beswerda. De betrokkene is, zoals tevoren aangekondigd, niet verschenen.
3. Beoordeling
3.1. Ingevolge het bepaalde in artikel 14 WAHV Pro kan tegen de beslissing van het kantongerecht hoger beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden worden ingesteld, indien de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan ƒ 150,--, of indien de betrokkene niet-ontvankelijk is verklaard wegens het niet of niet tijdig stellen van zekerheid als bedoeld in art. 11, derde lid, WAHV. De aan de betrokkene opgelegde sanctie bedraagt ƒ 60,--. Op grond van bovenstaande dient de betrokkene niet-ontvankelijk te worden verklaard in het hoger beroep.
3.2. Opmerking verdient het volgende. De betrokkene heeft zekerheid gesteld ter hoogte van het bedrag van de administratieve sanctie. Inmiddels is de betrokkene overleden. Ingevolge het bepaalde in art. 25, derde lid, WAHV vervalt het op grond van het eerste lid van die bepaling aan de officier van justitie toekomende recht om verhaal te nemen door het overlijden van degene aan wie een administratieve sanctie is opgelegd. Derhalve kan de opgelegde sanctie in het onderhavige geval niet overeenkomstig het bepaalde in art. 21, tweede lid, WAHV op de gestelde zekerheid worden verhaald. Hieruit vloeit voort, dat het bedrag van de zekerheidstelling aan de nabestaanden van de betrokkene dient te worden gerestitueerd.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, vice-president, in tegenwoordigheid van mr Wijma als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 26 februari 2001.