ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0121

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
28 februari 2001
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00406
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
  • Kalsbeek
  • Huisman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 WAHVArt. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:11 AwbArt. 6:24 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens overschrijding beroepstermijn bij bestuursstrafrechtelijke procedure

Betrokkene was in hoger beroep gekomen tegen een beslissing van de kantonrechter die het beroep tegen een beslissing van de officier van justitie niet-ontvankelijk had verklaard. Het hof beoordeelde of het beroepschrift tijdig was ingediend volgens de wettelijke termijnen zoals bepaald in de WAHV en Awb.

De bestreden beslissing was op 6 september 2000 aan betrokkene toegezonden, waarna een termijn van zes weken gold voor het indienen van het beroepschrift. Dit beroepschrift werd echter pas op 15 november 2000 ontvangen, ruim na het verstrijken van de termijn.

Betrokkene stelde dat zij failliet was en haar post via een curator ontving, waardoor zij de stukken te laat ontving. Het hof oordeelde echter dat betrokkene niet had aangetoond dat zij de beslissing zo laat had ontvangen dat de termijn nog niet verstreken was. Daarom kon niet worden geoordeeld dat zij niet in verzuim was.

Op grond hiervan verklaarde het hof betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep. Het arrest werd gewezen door mr Vellinga, Kalsbeek en Huisman en uitgesproken in openbare zitting.

Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

WAHV 00/00406
28 februari 2001
CJIB 20313871
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Haarlem
van 24 augustus 2000
betreffende
[naam] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Haarlem niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Ingevolge art. 14, eerste lid, WAHV in verbinding met het in de art. 6:24, 6:7 en 6:8 Awb bepaalde dient het hoger beroep te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen een termijn van zes weken, welke termijn aanvangt op de dag na die waarop een afschrift van de bestreden beslissing aan de betrokkene is toegezonden.
3.2. De bestreden beslissing is blijkens de daarop geplaatste mededeling op 6 september 2000 aan de betrokkene toegezonden. Het beroepschrift, gedateerd 13 november 2000, is blijkens het daarop geplaatste stempel op 15 november 2000 ter griffie van het kantongerecht ontvangen. Het beroepschrift is dus niet binnen de wettelijke termijn ingediend.
3.3. Het te dezen toepasselijke art. 6:11 Awb Pro bepaalt dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege blijft, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Betrokkene voert aan, dat zij failliet is, dat zij haar post via de curator ontvangt en dat zij daarom de post altijd te laat krijgt.
3.4. Betrokkene heeft niet aangevoerd, dat zij de beslissing van de kantonrechter op haar tegen de beslissing van de officier van justitie ingestelde beroep door de door haar genoemde omstandigheid zo laat heeft ontvangen, dat de beroepstermijn reeds (vrijwel) was verstreken, toen zij de bedoelde beslissing van de curator ontving. Reeds daarom brengt de door de betrokkene aangevoerde omstandigheid niet mee, dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de betrokkene in verzuim is.
3.5. Gelet op het vorenoverwogene dient de betrokkene in het hoger beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, vice-president als voorzitter, Kalsbeek en Huisman, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.