ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0125

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
14 maart 2001
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00/00457
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
  • Kalsbeek
  • Huisman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 14 WAHVWet van 28 oktober 1999 (Stb. 469)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens wetswijziging bij administratieve sanctie parkeren

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie van 90 gulden opgelegd voor parkeren in strijd met een parkeerverbod op 29 september 1998. Hiertegen werd beroep ingesteld bij de officier van justitie en vervolgens bij de kantonrechter, die het beroep ongegrond verklaarde. De Hoge Raad vernietigde dit vonnis en verwees de zaak terug naar de kantonrechter. Na hernieuwde behandeling verklaarde de kantonrechter het beroep wederom ongegrond.

Na wetswijziging per 1 januari 2000 werd de mogelijkheid tot cassatie bij de Hoge Raad vervangen door hoger beroep bij het gerechtshof, maar dit was alleen mogelijk bij sancties boven 150 gulden. Betrokkene stelde hoger beroep in, hoewel de sanctie lager was dan deze grens. Het hof oordeelde dat de overgangsbepalingen geen uitzondering maken voor situaties waarin de Hoge Raad reeds had geoordeeld.

Daarom werd betrokkene niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken door het gerechtshof Leeuwarden op 14 maart 2001.

Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens de wetswijziging die hoger beroep beperkt tot sancties boven 150 gulden.

Uitspraak

WAHV 00/00457
14 maart 2001
CJIB 23447761
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Groningen
van 25 september 2000
betreffende
[naam] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt [naam gemachtigde],
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft - nadat de Hoge Raad de zaak had teruggewezen - het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Groningen ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
[naam gemachtigde] heeft, als gemachtigde van de betrokkene, tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan betrokkene is bij beschikking van 29 oktober 1998 een administratieve sanctie opgelegd van f. 90,-- ter zake van “parkeren in strijd met parkeerverbod (bord E1) (al dan niet in een zone)”, welke gedraging zou zijn verricht op 29 september 1998 in de Kostersgang te Groningen.
3.2. Tegen deze beschikking heeft betrokkene beroep ingesteld bij de officier van justitie te Groningen. Tegen de beslissing van de officier van justitie waarbij het beroep ongegrond is verklaard, is door betrokkene beroep ingesteld bij het kantongerecht te Groningen. De kantonrechter heeft op 12 april 1999 het beroep ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft de betrokkene beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad heeft bij arrest van 21 maart 2000 de bestreden beslissing vernietigd en de zaak teruggewezen naar het kantongerecht te Groningen ter behandeling en beslissing met inachtneming van het arrest.
3.3. Bij de bestreden beslissing heeft de kantonrechter het beroep opnieuw ongegrond verklaard. Onder deze beslissing is de betrokkene erop gewezen, dat hij indien de opgelegde sanctie meer dan f. 150,-- bedraagt daartegen hoger beroep kan instellen bij het gerechtshof te Leeuwarden. De betrokkene heeft bij brief van 6 december 2000, gericht aan de Hoge Raad, en ontvangen ter griffie van het kantongerecht te Groningen, op 6 december 2000 beroep ingesteld. Door de griffier van het kantongerecht zijn de stukken naar het gerechtshof te Leeuwarden gezonden.
3.4. Bij wet van 28 oktober 1999 (Stb. 469), in werking getreden op 1 januari 2000, is de mogelijkheid beroep in cassatie bij de Hoge Raad in te stellen vervangen door hoger beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden. De mogelijkheid van hoger beroep is ingevolge artikel 14 WAHV Pro beperkt: een betrokkene kan – zakelijk weergegeven - slechts dan hoger beroep instellen, wanneer bij de beslissing van de kantonrechter de opgelegde administratieve sanctie meer bedraagt dan f. 150,-- of wanneer betrokkene niet-ontvankelijk is verklaard, omdat geen of niet tijdig zekerheid zou zijn gesteld.
3.5. Artikel III van de wet van 28 oktober 1999 houdt als overgangsbepaling in:
1. Voor de mogelijkheid om beroep in cassatie in te stellen tegen een uitspraak van de kantonrechter die voor of op de dag van inwerkingtreding van deze wet is gedaan, blijft het recht zoals dat gold voor dat tijdstip van toepassing.
2. Voor de behandeling van het beroep in cassatie dat voor de datum van inwerkingtreding van deze wet is ingesteld, dan wel met toepassing van het eerste lid na de dag van inwerkingtreding is ingesteld, blijft het recht zoals dat gold voor het tijdstip van toepassing.
3.6. Namens de betrokkene is - zakelijk weergegeven - aangevoerd, dat de onderhavige zaak is aangevangen op 29 september 1998, dus voor de inwerkingtreding van voormelde wetswijziging, dat de Hoge Raad in deze zaak reeds heeft geoordeeld en dat het niet zo kan zijn dat deze wetswijziging ten nadele van haar kan werken in die zin dat hoger beroep voor de betrokkene niet mogelijk is.
3.7. In aanmerking genomen, dat de in 3.5. genoemde overgangsbepaling geen uitzondering behelst voor de situatie, waarin de Hoge Raad reeds heeft geoordeeld en dat de wetsgeschiedenis tot het maken daarvan ook geen aanknopingspunt biedt, dient de betrokkene, gelet op het vorenoverwogene, niet-ontvankelijk te worden verklaard in het hoger beroep.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, vice-president, Kalsbeek en Huisman, in tegenwoordigheid van mr Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 14 maart 2001.