ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0130

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
21 maart 2001
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00326
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Kalsbeek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:4 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 26 WAHVArt. 26a WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens overschrijding beroepstermijn WAHV

Het Gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep van betrokkene tegen een beschikking van de kantonrechter te Gorinchem, die het verzet tegen een dwangbevel niet-ontvankelijk had verklaard. De kantonrechter had dit dwangbevel uitgevaardigd op 13 oktober 1999.

De mededeling van de beschikking van de kantonrechter werd op 28 juni 2000 verzonden, terwijl het beroepschrift pas op 5 oktober 2000 bij het kantongerecht werd ontvangen. Volgens artikel 26a, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) dient het hoger beroep binnen twee weken na verzending van de beschikking te worden ingediend. Het hof constateerde dat de termijn was overschreden.

De betrokkene voerde aan dat zijn chronische depressies de reden waren voor de overschrijding, maar het hof stelde dat dit geen bijzondere, klemmende omstandigheden vormde die verschoonbaarheid konden rechtvaardigen. Ook andere bijzondere omstandigheden werden niet aangetoond. Daarom verklaarde het hof de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.

Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder geldige verschoonbare reden.

Uitspraak

WAHV 00/00326
21 maart 2001
CJIB 25746691
Gerechtshof te Leeuwarden
Beschikking
op het hoger beroep tegen de beschikking
van de kantonrechter te Gorinchem
van 6 juni 2000
betreffende
[naam] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het verzet van de betrokkene tegen de tenuitvoerlegging van een door de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden op 13 oktober 1999 uitgevaardigd dwangbevel niet-ontvankelijk verklaard. De beschikking van de kantonrechter is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beschikking van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Blijkens de stukken van het geding is de mededeling van de beschikking van het kantongerecht op 28 juni 2000 verzonden. Het beroepschrift is blijkens een daarop geplaatst stempel ter griffie van het kantongerecht ingekomen op 5 oktober 2000.
3.2. Ingevolge artikel 26a, eerste lid, WAHV, dient het hoger beroep tegen de beschikking van het kantongerecht binnen twee weken na de verzending van de mededeling van de beschikking van het kantongerecht te worden ingediend.
3.3. Het hoger beroep is derhalve niet ingesteld binnen de in art. 26a, eerste lid, WAHV voorgeschreven termijn van twee weken na de verzending van de mededeling van de beschikking van het kantongerecht.
3.4. Beoordeeld dient te worden of betrokkene ondanks de overschrijding van de beroepstermijn ontvankelijk is in zijn beroep. Het hof overweegt daartoe het volgende.
3.5. Ingevolge het bepaalde in het tweede lid van art. 1:4 Awb Pro zijn de art. 6:9 en Pro 6:11 Awb van toepassing uitgesloten. De wetgever heeft derhalve niet voorzien in de mogelijkheid van verschoonbaarheid van overschrijding van de in art. 26a, eerste lid, WAHV genoemde termijn. In die omstandigheden moet worden aangenomen, dat de wetgever – anders dan in het niet van toepassing zijnde art. 6:11 Awb Pro – in beginsel niet heeft willen voorzien in de mogelijkheid van verschoonbaarheid van overschrijding van de in art. 26a, eerste lid, WAHV genoemde termijn. Daarom kan slechts in bijzondere omstandigheden van klemmende aard worden aangenomen, dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend verzetschrift op grond daarvan niet-ontvankelijkverklaring achterwege dient te blijven.
3.6. De betrokkene stelt dat de termijn voor het indienen van het beroepschrift is overschreden omdat hij lijdt aan chronische depressies, hetgeen –aldus de betrokkene- in de praktijk betekent dat hij veel te weinig energie heeft. Mede gelet op de duur van de termijnoverschrijding levert dit geen bijzondere omstandigheid van klemmende aard op, zoals bedoeld in r.o. 3.5.
3.7. Ook overigens is niet gebleken van de in r.o. 3.5 genoemde bijzondere omstandigheden van klemmende aard.
3.8. Gelet op het voorgaande zal het hof de betrokkene niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Deze beschikking is gegeven door mr Kalsbeek, raadsheer, in tegenwoordigheid van mr Hiemstra, als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 21 maart 2001.