ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0145
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Vellinga
- Kalsbeek
- Huisman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring in administratief beroep verkeersboete
De betrokkene was door de kantonrechter niet-ontvankelijk verklaard in haar beroep tegen een beslissing van de officier van justitie inzake een administratieve sanctie op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). De kantonrechter baseerde deze niet-ontvankelijkverklaring op het feit dat het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken was ingediend.
Het hof stelde vast dat op 27 december 1999 een schrijven van de betrokkene bij de officier van justitie was binnengekomen, waarin zij bezwaar maakte tegen de opgelegde sanctie. Dit was binnen de beroepstermijn, die begon op 17 november 1999 na verzending van de beslissing op 16 november 1999. Daarmee was het beroep tijdig ingesteld.
Het hof oordeelde dat de kantonrechter ten onrechte de betrokkene niet-ontvankelijk had verklaard. Het beroepschrift had volgens artikel 10 WAHV Pro door de officier van justitie aan het bevoegde kantongerecht moeten worden doorgezonden. Het arrest vernietigt de beslissing van de kantonrechter en wijst de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing op het bestaande beroep.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de kantonrechter voor inhoudelijke behandeling.