ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0152

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
23 mei 2001
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 01-00136
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Kalsbeek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 WAHV
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken zekerheidstelling WAHV

Betrokkene, een bedrijf gevestigd te een plaats, stelde beroep in tegen een beslissing van de officier van justitie inzake een bestuurlijke sanctie onder de WAHV. De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat betrokkene geen zekerheid had gesteld voor de betaling van de sanctie binnen de wettelijke termijn.

Het hof beoordeelde of de mededeling van de officier van justitie aan betrokkene over de verplichting tot zekerheidstelling voldeed aan de eisen van art. 11 WAHV Pro. De brieven van de officier van justitie voldeden niet aan de vereisten, onder meer omdat ze niet in de Duitse taal waren gesteld en de termijn verkeerd was berekend.

Desondanks oordeelde het hof dat betrokkene niet in een rechtens te respecteren belang is geschaad door deze tekortkomingen, mede omdat betrokkene had aangegeven niet van plan te zijn zekerheid te stellen. Daarom is de niet-ontvankelijkverklaring door de kantonrechter terecht en wordt deze bevestigd.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig stellen van zekerheid voor betaling van de sanctie.

Uitspraak

WAHV 01/00136
23 mei 2001
CJIB 26963115
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Haarlem
van 11 januari 2001
betreffende
[naam], (het hof leest: [naam bedrijf],
hierna te noemen: betrokkene),
gevestigd te [plaatsnaam],
voor wie als gemachtigde optreedt [naam gmachtigde],
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Haarlem niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt
3. Beoordeling
3.1. Ingevolge art. 11, eerste lid, WAHV wordt een bij de officier van justitie ingediend beroepschrift door deze aan het kantongerecht ter kennis gebracht binnen zes weken nadat de indiener zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de sanctie dan wel de termijn daarvoor is verstreken.
Het derde lid van art. 11 WAHV Pro houdt in dat:
- de zekerheid wordt gesteld bij het Centraal Justitieel Incassobureau te Leeuwarden (CJIB), hetzij door middel van de aan de betrokkene toegezonden accept-giro, hetzij anderszins door storting op de rekening van het CJIB;
- de officier van justitie de indiener van het beroepschrift na de ontvangst ervan wijst op de verplichting tot zekerheidstelling en hem meedeelt dat de zekerheid dient te geschieden binnen twee weken na de dag van verzending van deze mededeling;
- indien de zekerheidstelling niet binnen deze termijn is geschied het beroep door de kantonrechter niet-ontvankelijk wordt verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
3.2. Een redelijke uitleg van deze wetsbepaling brengt mee dat de voorgeschreven mededeling van de officier van justitie tenminste moet inhouden dat op grond van een wettelijk voorschrift (art. 11 WAHV Pro) zekerheid dient te worden gesteld voor de betaling van de opgelegde sanctie en dat het bedrag van de zekerheidstelling gelijk is aan het bedrag van die sanctie, en voorts de wijze waarop en de termijn waarbinnen zekerheid dient te worden gesteld, alsmede dat wanneer tijdige zekerheidstelling achterwege blijft het beroep door de kantonrechter niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Ten aanzien van die aan betrokkene te verstrekken informatie kan niet worden volstaan met verwijzing naar hetgeen is vermeld op de achterzijde van de inleidende beschikking.
3.3. Bij de stukken van het geding bevinden zich de mededelingen omtrent de zekerheidstelling, te weten een brief van 18 mei 2000, een brief van 22 mei 2000 en een brief van 2 juni 2000 van de officier van justitie aan de gemachtigde van de betrokkene. Deze brieven kunnen echter niet worden aangemerkt als een mededeling als bedoeld in art. 11, derde lid, WAHV, omdat de brieven van 18 mei 2000 en 2 juni 2000 niet in de Duitse taal zijn gesteld en de brief van 22 mei 2000 als aanvang van de termijn waarbinnen zekerheid dient te worden gesteld de dagtekening van de brief vermeldt in plaats van de datum van verzending. Dit brengt mee dat het in de bestreden beslissing besloten liggend oordeel van de kantonrechter dat is voldaan aan voormeld wettelijk voorschrift niet juist is.
3.4. Bij brief van 31 mei 2000 heeft de gemachtigde van de betrokkene gereageerd op voormeld schrijven van de officier van justitie d.d. 22 mei 2000 waarbij de betrokkene werd gewezen op het verzuim zekerheid te stellen. Uit de brief van de gemachtigde van de betrokkene blijkt dat hij de informatie omtrent de zekerheidstelling heeft begrepen, maar dat de betrokkene niet van plan is te voldoen aan de voor de ontvankelijkheid van het beroep bij de kantonrechter door de wet gestelde voorwaarde.
3.5. Nu de betrokkene blijkens het vorenoverwogene aldus niet in een rechtens te respecteren belang is geschaad door de omstandigheid, dat de ingevolge art. 11, derde lid, WAHV aan de betrokkene verstrekte informatie ten aanzien van de aanvang van de termijn waarbinnen zekerheid dient te zijn gesteld niet juist is, vergt die enkele omstandigheid niet dat de betrokkene met vernietiging van de beslissing van de kantonrechter een nieuwe termijn wordt gesteld waarbinnen hij alsnog zekerheid kan stellen.
3.6. Aangezien de betrokkene geen zekerheid heeft gesteld, heeft de kantonrechter de betrokkene terecht niet-ontvankelijk in het beroep verklaard.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr Kalsbeek, in tegenwoordigheid van mr Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.