ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0154

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
23 mei 2001
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 01/00158
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Kalsbeek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 WAHVArt. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:24 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens te late indiening beroepschrift bestuursrechtelijke zaak

Betrokkene had tegen een beslissing van de officier van justitie beroep ingesteld bij de kantonrechter, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde. Betrokkene reageerde vervolgens met een brief van 12 maart 2001, die door de griffier werd aangemerkt als beroepschrift tegen de beslissing van de kantonrechter.

Het hof beoordeelde dat het beroepschrift niet tijdig was ingediend, aangezien de termijn van zes weken na toezending van de bestreden beslissing was verstreken. Hierdoor werd betrokkene niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.

Daarnaast overwoog het hof dat indien de brief van 12 maart 2001 bedoeld was als bezwaar tegen de betalingsverplichting, deze brief alsnog aan de officier van justitie zou worden doorgezonden voor verdere behandeling.

Het arrest werd gewezen door mr Kalsbeek en uitgesproken in openbare zitting te Leeuwarden op 23 mei 2001.

Uitkomst: Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens te late indiening van het beroepschrift.

Uitspraak

WAHV 01/00158
23 mei 2001
CJIB 31317099
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Dordrecht
van 1 november 2000
betreffende
[naam] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [plaatsnaam].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Dordrecht niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
Bij brief van 12 maart 2001, ingekomen bij het arrondissementsparket te Dordrecht op 13 maart 2001, heeft de betrokkene gereageerd op een betalingsoverzicht na beroep op de kantonrechter van het CJIB, welk overzicht de betrokkene – naar zijn eigen zeggen – op 1 februari 2001 heeft ontvangen. Deze brief is doorgezonden aan de griffier van het kantongerecht, die de brief kennelijk heeft aangemerkt als een beroepschrift, gericht tegen de beslissing van de kantonrechter van 1 november 2000. Vervolgens is de brief doorgezonden naar de griffie van het hof.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1 Voor zover de betrokkene beoogd heeft met voornoemd schrijven van 12 maart 2001 hoger beroep in te stellen, overweegt het hof het volgende.
3.2 Ingevolge het in art. 14, eerste lid, WAHV in verbinding met het in de art. 6:24, 6:7 en 6:8 Awb bepaalde dient het hoger beroep te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen een termijn van zes weken, welke termijn aanvangt op de dag na die waarop een afschrift van de bestreden beslissing aan de betrokkene is toegezonden.
3.3 Het beroepschrift is gedateerd 12 maart 2001 en het is blijkens een daarop gesteld stempel op 13 maart 2001 bij het arrondissementsparket binnengekomen. Aangezien de bestreden beslissing op 23 november 2000 aan de betrokkene is toegezonden, is het beroepschrift niet tijdig ingediend, zodat de betrokkene in het hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
3.4 Voor zover de betrokkene met zijn schrijven van 12 maart 2001 heeft beoogd bezwaar te maken bij de officier van justitie tegen de in het betalingsoverzicht na beroep op de kantonrechter opgenomen betalingsverplichting, zal het hof meergenoemd schrijven doorzenden aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Dordrecht, onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de betrokkene.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep;
zendt het schrijven van de betrokkene d.d. 12 maart 2001 ter verdere behandeling door aan de officier van justitie bij het arrondissementsparket te Dordrecht onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de betrokkene.
Dit arrest is gewezen door mr Kalsbeek, in tegenwoordigheid van de heer Jongeling als griffier en uitgesproken ter openbare zitting.