ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0159
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Kalsbeek
- Vellinga
- Huisman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens geringe administratieve sanctie en correcte oproeping
Betrokkene was in beroep gegaan tegen een beslissing van de officier van justitie inzake een administratieve sanctie van vijf gulden opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). De kantonrechter had het beroep ongegrond verklaard, waarna betrokkene hoger beroep instelde bij het gerechtshof Leeuwarden.
De gemachtigde van betrokkene klaagde dat hij niet tijdig was opgeroepen voor de zitting van de kantonrechter van 1 mei 2000. Het hof onderzocht deze klacht en concludeerde dat de gemachtigde wel degelijk correct was geïnformeerd over de zittingsdatum en -plaats, mede op basis van een proces-verbaal en een brief van de griffier die niet als onbestelbaar was teruggekomen.
Het hof overwoog dat het appelverbod van artikel 14, eerste lid, WAHV van toepassing is indien de opgelegde sanctie niet hoger is dan 150 gulden. De sanctie bedroeg slechts vijf gulden, zodat hoger beroep niet ontvankelijk kon worden verklaard. De klacht over de oproeping was onvoldoende om het appelverbod te doorbreken.
Daarom verklaarde het hof betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep. De zaak werd zonder inhoudelijke behandeling van het beroep afgedaan. Dit arrest werd gewezen door de meervoudige kamer van het gerechtshof Leeuwarden op 15 juni 2001.
Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het appelverbod bij een sanctie van vijf gulden.