ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0164

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
20 juni 2001
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 01/00131
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
  • Kalsbeek
  • Huisman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 WAHVArt. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:24 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep bestuursrechtelijke zaak inzake administratieve sanctie WAHV

Het gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter te Apeldoorn, die het beroep van betrokkene tegen een administratieve sanctie van de officier van justitie niet-ontvankelijk had verklaard. De betrokkene had het beroepschrift buiten de wettelijke termijn ingediend, maar stelde dat het tijdig per post was verzonden. Het hof oordeelde dat het beroepschrift tijdig ter post was bezorgd en daarom ontvankelijk was.

Verder constateerde het hof dat de zekerheidsbrief van het kantongerecht onvolledig was omdat daarin geen aanvangsdatum van de termijn voor het stellen van zekerheid was vermeld. Gezien de lange tijd sinds de geconstateerde gedraging in 1997 en de verwachte duur van de procedure, besloot het hof de zaak zelf af te doen in plaats van terug te verwijzen.

Het hof vernietigde zowel de beslissing van de kantonrechter als die van de officier van justitie en de opgelegde administratieve sanctie. Hiermee werd het beroep van betrokkene alsnog inhoudelijk behandeld en de eerdere beslissingen ongedaan gemaakt.

Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het hoger beroep ontvankelijk en vernietigt de eerdere beslissingen van kantonrechter en officier van justitie.

Uitspraak

WAHV 01/00131
20 juni 2001
CJIB 16209731
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Apeldoorn
van 13 november 2000
betreffende
[naam] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft - nadat het hof de zaak had teruggewezen - het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Zutphen niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Ingevolge art. 14, eerste lid, WAHV in verbinding met het in de artt. 6:24, 6:7 en 6:8 Awb bepaalde dient het hoger beroep te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen een termijn van zes weken, welke termijn aanvangt op de dag na die waarop een afschrift van de bestreden beslissing aan de betrokkene is toegezonden. Voorts bepaalt het te dezen toepasselijke art. 6:9 Awb Pro dat het beroepschrift tijdig is ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen, alsmede dat bij verzending per post het beroepschrift tijdig is ingediend, indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
3.2. De bestreden beslissing is blijkens de daarop geplaatste stempel op 17 november 2000 aan de betrokkene toegezonden.
Het beroepschrift, gedateerd 22 december 2000, is blijkens het daarop geplaatste stempel op 3 januari 2001 ter griffie van het kantongerecht ontvangen, terwijl de enveloppe waarin het beroepschrift is verzonden blijkens het daarop geplaatste poststempel op 2 januari 2001 is afgestempeld.
Het beroep is derhalve niet binnen de wettelijke termijn ontvangen. De betrokkene voert echter in zijn nadere toelichting op het beroep aan, dat hij het beroepschrift voor het einde van de termijn ter post heeft bezorgd. Aangezien zich de mogelijkheid voordoet, dat het beroepschrift enkele dagen bij de post is blijven liggen vanwege grote toestroom van poststukken rond de jaarwisseling gaat het hof ervan uit dat het beroepschrift voor het einde van de termijn ter post is bezorgd. Nu het beroepschrift niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen, is het hoger beroep derhalve ontvankelijk.
3.3. Bij arrest d.d. 7 juni 2000 heeft het hof de zaak teruggewezen naar het kantongerecht ten einde een nieuwe termijn te bepalen waarbinnen de betrokkene alsnog zekerheid als bedoeld in art. 11 WAHV Pro kan stellen. De zekerheidsbrief van het kantongerecht te Apeldoorn van 26 juni 2000 is echter niet correct. In de brief is geen datum vermeld waarop de termijn aanvangt waarbinnen alsnog zekerheid dient te worden gesteld.
3.4. In aanmerking genomen dat het in deze zaak gaat om een op 24 april 1997 geconstateerde gedraging en gelet op de tijd die met de behandeling van de zaak na terugwijzing zal zijn gemoeid, valt redelijkerwijs niet te verwachten dat de zaak zal kunnen worden berecht binnen een redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM Pro. Daarom zal het hof de zaak niet terugwijzen, maar zelf afdoen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter.
vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 5 december 1997, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nr. 16209731 de administratieve sanctie is opgelegd;
Dit arrest is gewezen door mrs Vellinga, Kalsbeek en Huisman, in tegenwoordigheid van mr Bennen als griffier en uitgesproken ter openbare zitting.