ECLI:NL:GHLEE:2001:ZJ0168

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
11 juli 2001
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
WAHV 00-00462
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 11 WAHV
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring in bestuursstrafzaak WAHV

De betrokkene stelde beroep in tegen een beslissing van de officier van justitie inzake een administratieve sanctie opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de betrokkene niet tijdig zekerheid zou hebben gesteld.

Het hof stelde vast dat de betrokkene wel degelijk tijdig zekerheid had betaald, zoals blijkt uit een kwitantie van 3 augustus 2000. Daarom was de niet-ontvankelijkverklaring onterecht. Gezien de lange duur sinds de geconstateerde gedraging op 9 juni 1996 en de te verwachten termijn voor verdere behandeling, besloot het hof de zaak niet terug te verwijzen maar zelf te behandelen.

Het hof vernietigde zowel de beslissing van de kantonrechter als die van de officier van justitie en de opgelegde administratieve sanctie. Tevens werd bepaald dat het door de betrokkene gestelde zekerheidbedrag van fl 318,75 aan hem wordt gerestitueerd. Het arrest werd gewezen door mr Vellinga en uitgesproken in openbare zitting.

Uitkomst: Het hof vernietigde de niet-ontvankelijkverklaring en de administratieve sanctie en deed de zaak zelf af.

Uitspraak

WAHV 00/00462
11 juli 2001
CJIB 13661026
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Groningen
van 20 oktober 2000
betreffende
[naam] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Groningen niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Na afloop van de daartoe gestelde termijn heeft de betrokkene schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
3. Beoordeling
3.1. De kantonrechter heeft de betrokkene in zijn beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij niet tijdig zekerheid betaald zou hebben.
3.2. Uit de kwitantie die zich bij de gedingstukken bevindt, blijkt echter dat de betrokkene op 3 augustus 2000 het verschuldigde bedrag aan zekerheid ad f 318,75 heeft voldaan op rekening van de politie Amsterdam/Amstelland.
3.3. De kantonrechter heeft dan ook ten onrechte de betrokkene in zijn beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van de zekerheidstelling.
3.4. In aanmerking genomen dat het in deze zaak gaat om een op 9 juni 1996 geconstateerde gedraging en gelet op de tijd die met de behandeling van de zaak na terugwijzing zal zijn gemoeid, valt redelijkerwijs niet te verwachten dat de zaak zal kunnen worden berecht binnen een redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM Pro. Daarom zal het hof de zaak niet terugwijzen, maar zelf afdoen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de beslissing van de kantonrechter.
vernietigt de beslissing van de officier van justitie d.d. 22 augustus 1999, alsmede de beschikking waarbij onder CJIB-nr 13661026 de administratieve sanctie is opgelegd;
bepaalt dat hetgeen door de betrokkene op de voet van art. 11 WAHV Pro tot zekerheid is gesteld, te weten een bedrag van fl 318,75 door de advocaat-generaal aan hem wordt gerestitueerd.
Dit arrest is gewezen door mr Vellinga, in tegenwoordigheid van mr Bennen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.