ECLI:NL:GHLEE:2002:AD8384
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- prof. mr. Aardema
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring in belastingzaak
Belanghebbende was niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep tegen een uitspraak van burgemeester en wethouders van de gemeente Pekela over een beschikking in het kader van de Wet waardering onroerende zaken. De niet-ontvankelijkverklaring was gebaseerd op het feit dat het beroepschrift te laat was ingediend, namelijk na de wettelijke termijn van zes weken.
Belanghebbende stelde echter dat hij het beroepschrift tijdig, op 16 augustus 2001, ter post had bezorgd, wat binnen een week na het verstrijken van de beroepstermijn van 17 augustus 2001 was. Het hof oordeelde dat, gezien deze stelling en het feit dat het beroepschrift binnen een week na de termijn bij het hof was ingekomen, ervan uitgegaan mag worden dat het beroepschrift tijdig ter post is bezorgd.
Het hof verklaarde daarop het verzet gegrond en herstelde daarmee de ontvankelijkheid van het beroep van belanghebbende. Belanghebbende had geen verzoek gedaan om te worden gehoord, en het hof zag geen aanleiding om hem uit eigen beweging te horen.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president van de eerste enkelvoudige belastingkamer van het Gerechtshof Leeuwarden op 18 januari 2002 en aan partijen aangetekend verzonden op 23 januari 2002.
Uitkomst: Het hof verklaart het verzet gegrond en herstelt de ontvankelijkheid van het beroep.