ECLI:NL:GHLEE:2002:AD9176

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
23 januari 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 01-00475
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Huisman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WAHVArt. 5a WAHVArt. 8 WAHV
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging beslissing kantonrechter inzake administratieve sanctie overschrijding maximumsnelheid

De betrokkene kreeg een administratieve sanctie van 180 gulden opgelegd wegens het overschrijden van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom met meer dan 20 km/h en tot en met 25 km/h op 19 november 2000 in Wassenaar.

De betrokkene, via een gemachtigde, stelde dat op grond van artikel 8, aanhef en onder b, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) de beschikking vernietigd moest worden omdat het voertuig ten tijde van de overtreding minder dan drie maanden was verhuurd aan een derde partij. Hiervoor werd een huurovereenkomst overgelegd.

Het hof oordeelde dat deze huurovereenkomst niet door de kentekenhouder zelf was gesloten, maar door de gemachtigde, en dat het beroep op artikel 8 WAHV Pro alleen toekomt aan de kentekenhouder. Daarom werd het beroep afgewezen en de beslissing van de kantonrechter bevestigd. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd eveneens afgewezen.

Uitkomst: Het hof bevestigt de beslissing van de kantonrechter en wijst het beroep en het verzoek om proceskostenvergoeding af.

Uitspraak

WAHV 01/00475
23 januari 2002
CJIB 39473729
Gerechtshof te Leeuwarden
Ar[bedrijf]ger beroep tegen[betrokkene]ravenhage
van 12 september 2001
betreffende
[betrokkene]
voor wie [bedrijf]e optreedt [gemachtigde]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Hierbij is verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de nadere toelichting op het beroep. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de [betrokkene] is als kentekenhoudster van het motorvoertuig met het kenteken [nummer] bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 180,-- opgelegd ter zake van "overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom (verkeersbord A1) meer dan 20 km/h en t/m 25 km/h", welke gedraging zou zijn verricht op 19 november 2000 op de Rijksstraatweg ter hoogte van hm paal 23.6 in de gemeente Wassenaar.
3.2. De betrokkene heeft ter zake dit motorvoertuig een lease-overeenkomst gesloten met [bedrijf], welke optreedt als de gemachtigde van de betrokkene. Deze stelt in het beroepschrift dat haar een beroep op art. 8, aanhef en onder b, WAHV toekomt, op grond waarvan de inleidende beschikking zou moeten worden vernietigd. Hiertoe legt zij een huurovereenkomst over waaruit blijkt dat het voertuig ten tijde van de gedraging voor minder dan drie maanden door de gemachtigde van de betrokkene was verhuurd aan een derde.
3.3. Artikel 8, aanhef en onder b, WAHV luidt als volgt:
'De officier van justitie vernietigt de beschikking indien, in het geval van artikel 5 onderscheidenlijk Pro artikel 5a, degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister is ingeschreven: b. een voor een termijn van ten hoogste drie maanden schriftelijk bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst overlegt waaruit blijkt wie ten tijde van de gedraging de huurder van het motorrijtuig onderscheidenlijk de aanhangwagen was.'
3.4. De door de gemachtigde van de betrokkene overgelegde huurovereenkomst betreft een huurovereenkomst tussen die gemachtigde en de daarin genoemde derde, waarbij de gemachtigde het motorvoertuig heeft doorverhuurd. Het gaat derhalve niet om een door de kentekenhoudster gedaan beroep op een door deze gesloten huurovereenkomst als bedoeld in artikel 8, aanhef onder b, WAHV.
3.5. Nu uit artikel 8 WAHV Pro volgt dat een beroep hierop slechts toekomt aan de kentekenhouder, kan het beroep van de gemachtigde van de betrokkene niet slagen (vgl. HR 1 februari 2000, VR 2000/103). Derhalve zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
3.6. Nu de betrokkene in het ongelijk wordt gesteld zal het hof het verzoek om een kostenveroordeling afwijzen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter;
wijst het verzoek van de betrokkene om de advocaat-generaal te veroordelen in de proceskosten af.
Dit arrest is gewezen door mr Huisman in tegenwoordigheid van mr Muntinga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.