ECLI:NL:GHLEE:2002:AD9274
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Pruiksma
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring in beroep tegen naheffingsaanslag omzetbelasting 1999
Belanghebbende, een onderneming, was tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over 1999 in beroep gegaan bij de belastingkamer. Dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken na dagtekening van de uitspraak van het hoofd was ingediend. De dagtekening van die uitspraak was 5 november 2001, terwijl het beroepschrift pas op 18 december 2001 ter post was bezorgd.
Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring werd namens belanghebbende verzet ingesteld. De gemachtigde voerde aan dat de te late indiening het gevolg was van ziekte van zijn vrouw, waardoor zaken waren blijven liggen. Het hof heeft echter geoordeeld dat deze omstandigheden niet direct betrekking hadden op belanghebbende zelf en dat daardoor geen reden bestond om het verzet gegrond te verklaren.
Het hof heeft geen aanleiding gezien om de gemachtigde uit eigen beweging te horen en heeft het verzet ongegrond verklaard. Daarmee blijft de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen de naheffingsaanslag in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard.