ECLI:NL:GHLEE:2002:AE0005
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Streppel
- Jonkers
- Rechtspraak.nl
Vonnis over opvang en ontruiming in gezinsherenigingszaak asielzoekers
In deze civiele procedure in hoger beroep stond de vraag centraal of de geïntimeerde aanspraak kon maken op opvang op grond van gezinshereniging met haar echtgenoot, die een afgewezen asielaanvraag had. Het hof stelde vast dat de toepasselijke regeling (artikel 1 lid 4 Rva Pro) niet van toepassing was omdat de geïntimeerde vóór haar echtgenoot Nederland was binnengekomen en een zelfstandige asielaanvraag had ingediend.
Het hof oordeelde dat de motivering van de president voor weigering van de gevraagde voorzieningen niet valide was. Daarbij werd overwogen dat het feit dat de asielaanvraag van de echtgenoot mogelijk onder artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag valt, geen aanwijzing is voor kansrijkheid van die aanvraag.
Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep en veroordeelde de geïntimeerde tot ontruiming van de opvanglocatie binnen drie dagen, met uitzondering van haar kinderen. De subsidiaire vordering werd toegewezen, waarbij ieder der partijen de eigen kosten draagt.
De uitspraak bevestigt dat de formele rechtskracht van bestuursrechtelijke beslissingen door de burgerlijke rechter moet worden gerespecteerd en benadrukt het belang van een juiste juridische grondslag bij het toekennen van opvang aan asielzoekers en hun gezinsleden.
Uitkomst: Het hof vernietigde het vonnis en veroordeelde de geïntimeerde tot ontruiming van de opvanglocatie met uitzondering van haar kinderen.