ECLI:NL:GHLEE:2002:AE0161
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Aardema
- H.H.A. Fransen
- G.M. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Belastingrechtelijke beoordeling van aftrek voorbelasting op aanleg fiets- en voetgangersbrug
Belanghebbende, de gemeente X, werd bij naheffingsaanslag aangeslagen voor omzetbelasting over de aanleg van een fiets- en voetgangersbrug (het hoogholtje) over het a-diep, die een verbinding vormt tussen de wijk B, fase II en woonwijk A. De inspecteur corrigeerde de aftrek van voorbelasting op de kosten van deze brug, stellende dat het een voorziening van algemene betekenis betreft.
Het geschil betrof de vraag of de brug een voorziening met uitsluitend planbetekenis is, zoals bedoeld in de Resolutie van 6 augustus 1980 (BTW 28), die recht geeft op aftrek van voorbelasting. Het hof stelde vast dat de brug vooral van belang is voor de ontsluiting van de wijk B, fase II en geen wezenlijk algemeen belang dient, mede omdat de brug alleen toegankelijk is voor voetgangers en fietsers via een smalle toegangsroute.
Het hof verwierp het standpunt van de inspecteur dat de brug een voorziening van algemene betekenis is en oordeelde dat de aanleg van de brug als een gemeenschapsvoorziening met uitsluitend planbetekenis moet worden aangemerkt. De naheffingsaanslag werd daarom verminderd tot een bedrag van € 108.223,86, en de inspecteur werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De naheffingsaanslag wordt verminderd omdat de aanleg van de brug recht geeft op aftrek van voorbelasting.