ECLI:NL:GHLEE:2002:AE0608
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Vellinga
- Huisman
- Van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid kantonrechter bij niet tijdig stellen van zekerheid WAHV
De betrokkene was in beroep gegaan tegen een beslissing van de officier van justitie inzake een administratieve sanctie opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de betrokkene niet binnen de gestelde termijn zekerheid had gesteld voor betaling van de sanctie.
De betrokkene voerde aan dat de kantonrechter te Zevenbergen niet bevoegd was vanwege de gemeentelijke herindeling waarbij de gemeente Zevenbergen was opgeheven en opgenomen in de gemeente Moerdijk. Het hof oordeelde dat de bevoegdheid van het kantongerecht Zevenbergen bleef bestaan voor het rechtsgebied van de voormalige gemeente Zevenbergen, en dat de gedraging plaatsvond binnen dat rechtsgebied.
Verder stelde de betrokkene dat de beslissing niet in het openbaar was uitgesproken en dat er geen proces-verbaal van de zitting was opgemaakt. Het hof stelde vast dat de beslissing wel in het openbaar was uitgesproken en dat de wet het mogelijk maakt dat de kantonrechter zonder zitting beslist bij niet tijdig stellen van zekerheid.
Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en wees het beroep af. Dit arrest werd uitgesproken door het gerechtshof Leeuwarden op 30 januari 2002.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens het niet tijdig stellen van zekerheid en oordeelt dat het kantongerecht Zevenbergen bevoegd is.