ECLI:NL:GHLEE:2002:AE0766

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
20 maart 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
BK 662/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J. Huiskes
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 AwirArt. 26c AwirArt. 6:7 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid in beroep tegen verklaring arbeidsrelatie afgewezen

Belanghebbende stelde beroep in tegen een uitspraak van de inspecteur inzake een verklaring arbeidsrelatie voor het jaar 2001. Dit beroep werd door de voorzitter van de belastingkamer niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken na dagtekening van de uitspraak van de inspecteur was ingediend.

Belanghebbende kwam hiertegen tijdig in verzet en stelde dat er redenen waren om het verzuim niet aan hem toe te rekenen. Tijdens de zitting op 6 maart 2002 in Leeuwarden werden zowel belanghebbende als de inspecteur gehoord.

Het gerechtshof oordeelde dat belanghebbende geen feiten of omstandigheden had gesteld die rechtvaardigen dat hij niet in verzuim was geweest. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard en de beschikking gehandhaafd.

De uitspraak werd op 20 maart 2002 door raadsheer J. Huiskes namens de vierde enkelvoudige belastingkamer in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkheidsbeschikking in het beroep tegen de verklaring arbeidsrelatie is ongegrond verklaard.

Uitspraak

BELASTINGKAMER GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN UIT-SPRAAK
Nr. 662/01 20 maart 2002
Uitspraak van het Gerechtshof te Leeuwar-den, vierde enkelvoudige belastingkamer, op het verzet van X te Z tegen de beschikking van de voorzitter van de belastingkamer van 28 september 2001.
De voorzitter heeft bij voormelde beschikking uit-spraak gedaan op het namens de belanghebbende ingestelde beroep tegen de uitspraak van het hoofd van de eenheid ondernemingen van de belasting-dienst te Leeuwarden (: de inspec-teur), gedaan op het bezwaarschrift van de be-lang-hebbende tegen de hem afgegeven beschikking verklaring arbeidsrelatie voor het jaar 2001.
Ingevolge de artikelen 26 en 26c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen juncto de artikelen 6:7 en 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht kan hij, die bezwaar heeft tegen een uitspraak van de inspecteur, binnen zes weken na dagtekening van het afschrift van de uitspraak in beroep komen bij het gerechtshof.
De uitspraak van de inspecteur is gedagtekend 12 juli 2001 en het beroepschrift is ter post bezorgd op 14 september 2001, derhalve niet binnen zes weken na dagtekening van de uitspraak. Om deze reden heeft de voorzitter bij beschikking van 28 september 2001 de belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep.
Tegen deze beschikking is de belanghebbende tijdig in verzet gekomen bij een verzet-schrift dat is ingediend op 26 oktober 2001. De inspecteur heeft hierop schriftelijk gereageerd. De belanghebbende is gehoord omtrent zijn verzet ter zitting van het gerechtshof op 6 maart 2002 gehouden te Leeuwarden, alwaar de inspecteur eveneens is verschenen.
Naar het oordeel van het gerechtshof heeft de belanghebbende in zijn verzetschrift alsmede ter zitting geen feiten en omstandigheden gesteld op grond waarvan in de zin van artikel 6:11 van Pro de Awb redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat hij in verzuim is geweest.
Op grond van het vorenoverwogene dient te worden beslist als volgt:
Het gerechtshof, uitspraak doende,
ver-klaart het verzet ongegrond.
Gedaan op 20 maart 2002 door mr. J. Huiskes, raadsheer, lid van de vierde enkelvoudige belastingkamer, in tegenwoor-digheid van de griffier mevr. mr. M. Hiemstra en onderte-kend door voornoemde raadsheer en door voornoemde griffier en op die dag in het openbaar uitgesproken.
Op 27 maart 2002 afschrift
aangetekend verzonden aan bei-de
partijen.
De griffier van het Gerechtshof
te Leeuwarden.