ECLI:NL:GHLEE:2002:AE1131
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- A. Vellinga
- M. Huisman
- J. van Dijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beschikking kantonrechter inzake zekerheidstelling WAHV
In deze zaak gaat het om een hoger beroep tegen een beschikking van de kantonrechter te Zierikzee, die op 13 maart 2001 een verzet van de betrokkene tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel ongegrond verklaarde. De betrokkene, die in financiële problemen verkeert, heeft hoger beroep ingesteld tegen deze beslissing. De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend, maar heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om te reageren op de nadere informatie die de betrokkene heeft verstrekt. Het hof heeft de financiële omstandigheden van de betrokkene in overweging genomen, waarbij het hof vaststelt dat de betrokkene niet binnen de gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor het nog verschuldigde bedrag en de kosten, maar wel het griffierecht heeft voldaan.
Het hof overweegt dat een zekerheidstelling in het algemeen niet in de weg staat aan de toegang tot de rechter, maar dat er uitzonderingen mogelijk zijn. In dit geval heeft de betrokkene voldoende aannemelijk gemaakt dat het gevraagde bedrag aan zekerheidstelling, in totaal fl 1.839,20, gezien haar financiële omstandigheden een ontoelaatbare beperking vormt van haar recht op toegang tot een onafhankelijke rechterlijke instantie, zoals gegarandeerd door artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
Het hof heeft vastgesteld dat de termijn van 18 maanden voor het beslissen op het verzet is overschreden, wat leidt tot de conclusie dat het verzet gegrond moet worden verklaard. De beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd en het hof bepaalt dat het door de betrokkene betaalde griffierecht moet worden gerestitueerd. Deze beschikking is gegeven door de rechters Vellinga, Huisman en Van Dijk, in tegenwoordigheid van griffier Vlietstra en is uitgesproken ter openbare zitting.