ECLI:NL:GHLEE:2002:AE1131
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Vellinga
- Huisman
- Van Dijk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen beschikking kantonrechter inzake zekerheidstelling dwangbevel WAHV
De betrokkene maakte bezwaar tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel uitgevaardigd door de officier van justitie. De kantonrechter verklaarde het verzet ongegrond, waarna betrokkene hoger beroep instelde.
In hoger beroep werd overwogen dat betrokkene niet binnen de gestelde termijn zekerheid had gesteld voor het verschuldigde bedrag, maar wel griffierecht had betaald. Betrokkene voerde aan dat haar financiële situatie het onmogelijk maakte om de gevraagde zekerheid te stellen, waardoor haar toegang tot de rechter werd belemmerd. Het hof erkende dat de totale zekerheidstelling van ƒ 1.839,20 in meerdere zaken een ontoelaatbare beperking van het recht op toegang tot de rechter vormde, zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro.
Daarnaast stelde het hof vast dat de wettelijke termijn van 18 maanden voor beslissing op verzet was overschreden door langdurige inactiviteit, wat een schending van de beginselen van behoorlijke procesorde en behoorlijk bestuur betekende. Daarom verklaarde het hof het verzet gegrond, vernietigde de beschikking van de kantonrechter en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt gerestitueerd.
Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het verzet gegrond wegens overschrijding van de redelijke termijn en ontoelaatbare belemmering van toegang tot de rechter door de hoogte van de zekerheidstelling.