ECLI:NL:GHLEE:2002:AE1301
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- prof. mr. Aardema
- mr. Drion
- mr. Wolt
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt afwijzing beroep op vrijstelling overdrachtsbelasting bij te late aangifte
Belanghebbenden ontvingen bij notariële akte onroerende zaken van een maatschap en betaalden daarop overdrachtsbelasting zonder een beroep te doen op de vrijstelling uit artikel 15, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer. Pas in het bezwaarschrift werd een beroep op deze vrijstelling gedaan, maar dit werd door de inspecteur afgewezen vanwege het niet tijdig indienen van de vereiste aangifte.
Het geschil betrof de vraag of het beroep op de vrijstelling ook in bezwaar- en beroepsfase mocht worden gedaan, en of de termijn van zes weken uit artikel 6:7 Awb Pro in de plaats kon komen van de maandstermijn uit artikel 3 van Pro het Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer. Het hof oordeelde dat de maandstermijn uit het Uitvoeringsbesluit een materiële voorwaarde is voor het beroep op de vrijstelling, terwijl de zes weken uit de Awb alleen zien op het indienen van bezwaar of beroep.
Daarom was het beroep van belanghebbenden te laat en mocht de inspecteur de heffing handhaven. Het hof verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbenden wordt ongegrond verklaard en de heffing van overdrachtsbelasting wordt gehandhaafd.