ECLI:NL:GHLEE:2002:AE1304
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- prof. mr. Aardema
- mr. Drion
- mr. Fransen
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing winst uit aanmerkelijk belang versus inkomsten uit vermogen bij verkoop aandelen B.V.
Belanghebbende was volledig eigenaresse van aandelen in B.B.V. en verkocht deze in 1996 aan een dochtermaatschappij van de Rabobank. De inspecteur kwalificeerde de opbrengst als inkomsten uit vermogen, terwijl belanghebbende stelde dat het winst uit aanmerkelijk belang betrof. Het hof stelde vast dat sprake was van een samenstel van rechtshandelingen gericht op belastingverijdeling, waarbij belanghebbende in privé beschikking kreeg over de reserves van de B.V. terwijl zij haar economische belang behield.
De inspecteur had het gestorte kapitaal op f.30.000,- gesteld, maar partijen waren het eens over f.63.000,-. Het hof paste het leerstuk van wetsontduiking toe en oordeelde dat het bedrag boven het gestorte kapitaal als winst uit aanmerkelijk belang moet worden belast tegen het bijzondere tarief van artikel 57, lid 2, van de Wet. Het beroep van belanghebbende op de vertrouwensleer werd verworpen omdat het tarief van 20% bij de verkoop van het pand was gebaseerd op een compromis.
Het hof vernietigde de uitspraak van de inspecteur, stelde het belastbare inkomen vast op f.360.246,- en het naar het bijzondere tarief te belasten deel op f.247.351,-. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van f.2.840,-. Het vonnis werd uitgesproken op 5 april 2002 door het Gerechtshof Leeuwarden.
Uitkomst: Het hof vernietigt de uitspraak van de inspecteur en vermindert het belastbare inkomen met f.33.000,-, waarbij het bijzondere tarief wordt toegepast op f.247.351,-.