ECLI:NL:GHLEE:2002:AE1866
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Aardema
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen nader onderzoek WOZ-waarde in beroepsfase
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen een WOZ-waardebeschikking van de directeur van de gemeente. Na afwijzing van het bezwaar heeft verzoekster beroep ingesteld bij het hof. In de beroepsprocedure verzocht verzoekster middels een voorlopige voorziening te voorkomen dat de directeur een nader onderzoek zou instellen naar de waarde van de onroerende zaak of een hogere waarde zou vaststellen.
De president van het Gerechtshof Leeuwarden oordeelde dat verzoekster niet verplicht is om een taxateur van de directeur toegang te verlenen tot de onroerende zaak in de beroepsfase. Tevens kan een beroepsprocedure niet leiden tot een hogere waarde dan in de oorspronkelijke beschikking, zodat het gevraagde verbod geen toegevoegde waarde heeft.
Ook is het aan het hof in de hoofdzaak om te beoordelen welke waarde toegekend moet worden aan het taxatierapport van de directeur. Verzoekster heeft op dit moment geen belang bij het verzoek omdat de bewijslast bij de directeur ligt.
Daarom werd het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen. Er werden geen proceskosten aan verzoekster opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 19 april 2002 door de president van het Gerechtshof Leeuwarden.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen.