ECLI:NL:GHLEE:2002:AE1877
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Vellinga
- Poelman
- Van der Meer
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs medeplegen doodslag en verkrachting
Het gerechtshof Leeuwarden heeft bij arrest van 24 april 2002 de eerdere veroordelingen van H.d.B. en W.V. wegens medeplegen van doodslag en verkrachting vernietigd en hen vrijgesproken. De zaak was na herziening door de Hoge Raad terugverwezen naar het hof voor een hernieuwde beoordeling.
Het hof onderzocht uitgebreid het bewijs, waaronder DNA-onderzoek, getuigenverklaringen, forensisch onderzoek van kleding en vezels, en tijdschema's van waarnemingen rondom de plaats delict. Het hof stelde vast dat er geen overtuigend bewijs was dat de verdachten op de bewuste dag in aanraking waren geweest met het slachtoffer of op de plaats delict aanwezig waren. Ook waren de bekennende verklaringen van de verdachten twijfelachtig vanwege omstandigheden tijdens het politieonderzoek en tegenstrijdigheden.
De rechter concludeerde dat de verklaringen niet betrouwbaar waren en dat het bewijs onvoldoende was om de eerdere veroordelingen te handhaven. De verdachten werden vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten. Het arrest werd unaniem gewezen door het hof, waarbij het belang van zorgvuldigheid in het opsporingsonderzoek en de beoordeling van bewijs werd benadrukt.
Uitkomst: H.d.B. en W.V. worden vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van medeplegen doodslag en verkrachting.