ECLI:NL:GHLEE:2002:AE1973

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
3 april 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 01-00616
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Dijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 RVV 1990
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging administratieve sanctie wegens niet volgen voorsorteerstrook op kruispunt

De betrokkene werd administratief gesanctioneerd met een boete van 180 gulden wegens het niet volgen van de richting die de voorsorteerstrook op een kruispunt aangaf, een overtreding van artikel 78 van Pro het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990. Deze gedraging vond plaats op 22 juni 2000 te Amsterdam.

De betrokkene erkende de gedraging, maar voerde aan dat hij door een medeweggebruiker werd gedwongen uit te wijken naar een andere voorsorteerstrook die niet bestemd was voor zijn rijrichting. Hij stelde dat dit uitwijken noodzakelijk was om een ongeluk te voorkomen en dat hij daarna niet meer kon invoegen zonder het verkeer in gevaar te brengen.

Het hof oordeelde dat deze omstandigheden geen reden zijn om de sanctie te verminderen of te laten vervallen, omdat de wet geen uitzonderingen kent op het verbod om de richting van de voorsorteerstrook niet te volgen, ook niet als de verkeersveiligheid niet in gevaar wordt gebracht. Het hof bevestigde daarom het vonnis van de kantonrechter dat het beroep ongegrond is.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de administratieve sanctie van 180 gulden wegens het niet volgen van de voorsorteerstrook.

Uitspraak

WAHV 01/00616
3 april 2002
CJIB 35772591
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Amsterdam
van 2 april 20021
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van ƒ 180,-- opgelegd ter zake van "als bestuurder van een motorrijtuig of als bromfietser die de rijbaan volgt op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook aangeeft" (feitcode R 619, gebaseerd op art. 78 RVV Pro 1990), welke gedraging zou zijn verricht op 22 juni 2000 op de Transformatorweg/Kabelweg te Amsterdam, in de gemeente Amsterdam.
3.2. De betrokkene ontkent niet de gedraging te hebben verricht. De betrokkene voert echter aan dat hij - rijdende op de voorsorteerstrook voor rechtdoorgaand verkeer - op zodanige wijze werd achteropgekomen door een medeweggebruiker, dat hij gedwongen werd naar de linkerweghelft (het hof begrijpt: de voorsorteerstrook voor linksafslaand verkeer) uit te wijken om een ongeluk te voorkomen en dat de betrokkene daarna niet meer in de gelegenheid werd gesteld in te voegen. Zonder het verkeer in gevaar te brengen heeft de betrokkene vervolgens zijn weg vervolgd. Die omstandigheden zijn naar de mening van betrokkene zodanig dat zij het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken of tot een lager bedrag van de sanctie zouden moeten leiden.
3.3. De door de betrokkene aangevoerde omstandigheid dat hij door een medeweggebruiker werd gedwongen uit te wijken naar een andere voorsorteerstrook dan die waar hij zich aanvankelijk bevond en die niet bestemd was voor richting waarin hij wenste te rijden en ook is gereden - wat daar verder ook van zij - is niet een omstandigheid die maakt dat oplegging van een administratieve sanctie niet billijk is of die tot een lager bedrag van de sanctie moet leiden, nu deze omstandigheid op zichzelf genomen niet meebrengt dat de betrokkene geen andere mogelijkheid had dan niet de richting te volgen die de voorsorteerstrook waarop hij zich bevond aangaf.
De omstandigheid dat het handelen in strijd met art. 78 RVV Pro 1990 kon geschieden zonder gevaar voor andere weggebruikers te veroorzaken, maakt het voorgaande niet anders. De wet maakt immers geen uitzondering op het in art. 78 RVV Pro 1990 gegeven verbod niet de richting te volgen die de voorsorteerstrook, waarop de bestuurder zich bevindt, aangeeft voor het geval de veiligheid van het verkeer niet in gevaar is gebracht.
3.4. Gelet hierop zal het hof de beslissing van de kantonrechter bevestigen.
4. beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr. Vlietstra als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.