ECLI:NL:GHLEE:2002:AE2157
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Pruiksma
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid in beroep motorrijtuigenbelasting afgewezen
Belanghebbende was het niet eens met een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting over de periode van 10 juni 2000 tot en met 9 juni 2001. Hij maakte bezwaar bij de inspecteur, die op 12 november 2001 uitspraak deed. Tegen deze uitspraak kon belanghebbende binnen zes weken beroep instellen bij het gerechtshof.
Belanghebbende diende zijn beroepschrift echter pas op 27 december 2001 in, wat buiten de gestelde termijn viel. De voorzitter van de belastingkamer verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk. Belanghebbende kwam hiertegen in verzet met het argument dat hij had gewacht op een brochure, waardoor de termijnoverschrijding zou zijn veroorzaakt.
Het hof oordeelde dat belanghebbende voldoende was gewezen op de mogelijkheid en termijn voor het instellen van beroep en dat het te late indienen van het beroepschrift aan hemzelf te wijten was. Er was geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroepschrift wordt ongegrond verklaard.