ECLI:NL:GHLEE:2002:AE2158
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- prof. mr. Aardema
- mr. Fransen
- prof. dr. Dijstelbloem
- Rechtspraak.nl
Vaststelling verkrijgingsprijs aandelen BV per 1 januari 1997 in belastingzaak
Belanghebbende had een belang van 32,5% in een BV die zich bezighield met kaasverwerking en -verkoop. De inspecteur stelde de verkrijgingsprijs van deze aandelen per 1 januari 1997 vast op ƒ1.725.391. Belanghebbende betwistte deze vaststelling en stelde een hogere waarde van circa ƒ3.955.000 voor, onderbouwd met discounted cash-flow-calculaties en waarderingen door een accountant.
Na uitgebreide procedure met schriftelijke stukken en een mondelinge behandeling op 10 oktober 2000 heeft het hof de waarde in het economische verkeer van de aandelen beoordeeld. Het hof baseerde zich op de intrinsieke waarde van de BV, winstverwachtingen tot en met 1996, en een redelijke rentabiliteitsnorm van 9%. Daarbij werd een goodwillfactor toegepast, resulterend in een totale waarde van de BV van ƒ7.142.000, waarvan het belang van 32,5% werd berekend op ƒ2.321.150.
Het hof verwierp de hogere waarderingen van belanghebbende, omdat deze gebaseerd waren op latere winstprognoses en waarderingen van vóór 1997 die niet representatief waren. Ook achtte het hof de verkoopprijs tussen familieleden minder relevant vanwege de vroegere instemming en omstandigheden.
Het hof vernietigde de uitspraak van de inspecteur, stelde de verkrijgingsprijs vast op ƒ2.321.150, en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende. Tevens werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De verkrijgingsprijs van de aandelen wordt vastgesteld op ƒ2.321.150 en de inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.