ECLI:NL:GHLEE:2002:AE2162
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Drion
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over urencriterium en interne compensatie in inkomstenbelasting 1996
Belanghebbende, een ondernemer en belastingadviseur, werd voor het jaar 1996 aangeslagen voor inkomstenbelasting met een belastbaar inkomen van ƒ 21.317. Hij voerde bezwaar aan tegen de aanslag, met name over het niet voldoen aan het urencriterium van 1225 uur voor de zelfstandigenaftrek en de toepassing van interne compensatie door de inspecteur.
Tijdens de procedure heeft belanghebbende een urenverantwoording overlegd, maar het hof achtte deze onvoldoende onderbouwd omdat primaire stukken zoals agenda's en kladlijsten ontbraken. Het vermoeden dat de urenverantwoording ondeugdelijk is, werd niet ontzenuwd, waardoor het hof concludeerde dat het urencriterium niet is gehaald.
Daarnaast werd de toepassing van interne compensatie door de inspecteur bevestigd, waarbij het hof oordeelde dat de inspecteur ook andere elementen van de aanslag mag betwisten. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat eerdere acceptatie van de zelfstandigenaftrek in voorgaande jaren geen recht gaf op voortzetting.
Ten slotte werd het beroep op artikel 8 van Pro de Wet inzake afwaardering van schulden verworpen omdat niet was aangetoond dat schuldeisers hun rechten hadden prijsgegeven. Het beroep werd ongegrond verklaard en het hof wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.