ECLI:NL:GHLEE:2002:AE2195
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Bloem
- Boon
- Postma
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging schorsing bestuurder stichting wegens verstoorde bestuursverhoudingen
De stichting werd opgericht in 1998 en benoemde appellant als bestuurder. Na het overlijden van de oprichter ontstond een conflict tussen appellant en de overige bestuursleden over het beheer van de nalatenschap en het bestuur van de stichting. De overige bestuursleden verzochten de rechtbank om schorsing en ontslag van appellant als bestuurder, wat leidde tot een beschikking waarbij appellant werd geschorst.
Appellant stelde in hoger beroep dat de beschikking vernietigd moest worden wegens schending van het hoor en wederhoor en onjuiste gronden voor schorsing. Het hof oordeelde dat de procedure in eerste aanleg onvolkomenheden kende, maar dat deze in hoger beroep konden worden hersteld. De grieven van appellant werden daarom niet gegrond verklaard.
Het hof stelde vast dat appellant onvoldoende medewerking had verleend aan het bestuur, onder meer door het niet afgeven van financiële bescheiden en roerende goederen, waaronder een zilvercollectie. De verhoudingen tussen de bestuursleden waren zodanig verstoord dat het bestuur niet naar behoren kon functioneren. Gezien deze onwerkbare situatie achtte het hof de schorsing als een passende ordemaatregel gedurende het onderzoek naar het ontslagverzoek.
De beschikking tot schorsing werd daarom bekrachtigd en appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De schorsing van appellant als bestuurder van de stichting wordt bekrachtigd wegens verstoorde bestuursverhoudingen en onvoldoende medewerking.