ECLI:NL:GHLEE:2002:AE2327
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- A. Vellinga
- J. Huisman
- M. van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van de beslissing van de kantonrechter inzake administratieve sanctie voor verkeersdelict
In deze zaak heeft het Gerechtshof Leeuwarden op 3 april 2002 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter te Utrecht van 19 november 2001. De zaak betreft een administratieve sanctie die aan de betrokkene, als kentekenhouder, was opgelegd voor het niet stoppen voor rood licht bij een driekleurig verkeerslicht op 6 oktober 2000. De kantonrechter had het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard. De gemachtigde van de betrokkene, mr. X.B. Sijmons, heeft hoger beroep ingesteld en verzocht om een proceskostenveroordeling.
Het hof heeft het procesverloop in detail bekeken, inclusief de ingediende stukken en de reacties van de advocaat-generaal. De betrokkene stelde dat zijn belangen waren geschaad omdat de officier van justitie niet binnen de wettelijke termijn van art. 7:24, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) had beslist. Het hof oordeelde echter dat de overschrijding van deze termijn niet automatisch leidt tot vernietiging van de inleidende beschikking. De wetgever heeft geen sanctie verbonden aan deze termijnoverschrijding, en de betrokkene kan in dat geval alsnog in beroep gaan bij de kantonrechter.
Het hof concludeerde dat de kantonrechter de beslissing van de officier van justitie terecht ongegrond had verklaard en bevestigde de beslissing van de kantonrechter. Het verzoek van de betrokkene om de advocaat-generaal te veroordelen in de proceskosten werd afgewezen. Deze uitspraak benadrukt de noodzaak voor betrokkenen om tijdig en correct te reageren binnen de gestelde termijnen, maar ook de beperkingen van de rechterlijke bevoegdheid in het kader van termijnoverschrijdingen.