ECLI:NL:GHLEE:2002:AE2443

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
17 april 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 02-00023
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Van Dijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften Art. 12Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften Art. 20d
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing van kantonrechterlijke beslissing wegens onjuiste behandeling beroep

De betrokkene had beroep ingesteld tegen een beslissing van de officier van justitie, welke door de kantonrechter te Leiden ongegrond werd verklaard wegens het niet stellen van zekerheid. Het hof oordeelt dat deze ongegrondverklaring een kennelijke misslag is en als niet-ontvankelijkverklaring moet worden opgevat.

De betrokkene had gemotiveerd verzocht om aanhouding van de zaak en had contact gehad met het kantongerecht, waarbij hij mocht verwachten dat een nieuwe zittingsdatum zou worden vastgesteld. Desondanks behandelde de kantonrechter het beroep op de zitting van 19 november 2001 zonder eerst op het verzoek tot aanhouding te beslissen en de betrokkene daarvan in kennis te stellen.

Het hof concludeert dat de kantonrechter het beroep ten onrechte ter zitting heeft behandeld en vernietigt de bestreden beslissing. De zaak wordt terugverwezen naar de kantonrechter te 's-Gravenhage, die de betrokkene alsnog in de gelegenheid moet stellen ter zitting te worden gehoord, met bijzondere aandacht voor zijn financiële draagkracht in verband met het stellen van zekerheid.

Uitkomst: De beslissing van de kantonrechter wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor correcte behandeling met inachtneming van het verzoek tot aanhouding en financiële draagkracht.

Uitspraak

WAHV 02/00023
17 april 2002
CJIB 36051119
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Leiden
van 19 november 2001
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Bij het beroepschrift is verzocht om een behandeling ter zitting.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene is in de gelegenheid gesteld het beroep schriftelijk nader toe te lichten. Van deze gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Gelet op de motivering van de beslissing van de kantonrechter moet het ervoor worden gehouden dat het beroep bij de kantonrechter niet-ontvankelijk is, omdat geen zekerheid is gesteld. Het hof merkt de ongegrondverklaring van het beroep daarom aan als een kennelijke misslag en zal de ongegrondverklaring opvatten als een niet-ontvankelijkverklaring.
3.2. Het beroep strekt ten betoge dat de kantonrechter het beroep ten onrechte ter zitting van 19 november 2001 heeft behandeld, nu de betrokkene gemotiveerd om aanhouding van de zaak heeft verzocht.
3.3. Op 4 september 2001 is de betrokkene uitgenodigd voor de zitting van de kantonrechter van 19 november 2001. Bij brief van 15 september 2001 heeft de betrokkene het kantongerecht gemotiveerd verzocht om de zaak op een andere datum te behandelen. Op 16 november 2001 heeft de betrokkene hieromtrent telefonisch contact gehad met de griffier van het kantongerecht. De betrokkene is niet ter zitting verschenen.
3.4. Nu de betrokkene gemotiveerd heeft verzocht om aanhouding van de zaak, had de kantonrechter eerst op dit verzoek dienen te beslissen en de betrokkene daarvan in kennis dienen te stellen, alvorens tot behandeling van het beroep ter zitting over te gaan. Dit geldt temeer, nu de betrokkene voorafgaande aan de zitting contact heeft gehad met het kantongerecht en er gelet op hetgeen hem aldaar is medegedeeld ervan mocht uitgaan dat een nieuwe datum voor de zitting zou worden bepaald.
3.5. Uit het voorgaande vloeit voort, dat de kantonrechter het beroep ten onrechte ter zitting van 19 november 2001 heeft behandeld. Het hof zal daarom de bestreden beslissing vernietigen.
3.6. Na terugwijzing van de zaak dient de kantonrechter de betrokkene alsnog in de gelegenheid te stellen ter zitting te worden gehoord. Daarbij dient de betrokkene in de gelegenheid te worden gesteld zich uit te laten omtrent zijn financiële draagkracht, nu hij heeft aangegeven niet in staat te zijn om in twee zaken zekerheid te stellen tot een bedrag van fl 210,-.
3.7. Nu de zaak naar de kantonrechter wordt teruggewezen, ziet het hof geen aanleiding de zaak ter zitting van het hof te behandelen.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
vernietigt de bestreden beslissing en wijst de zaak terug naar het de rechtbank te 's-Gravenhage ter behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.
Dit arrest is gewezen door mr. Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr. Wijma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.