ECLI:NL:GHLEE:2002:AE2444
Gerechtshof Leeuwarden
- Proceskostenveroordeling
- Vellinga
- Huisman
- Van Dijk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen vernietiging administratieve sanctie WAHV
Betrokkene was in beroep gegaan tegen een beslissing van de officier van justitie inzake een administratieve sanctie opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). De kantonrechter te Rotterdam had het beroep gegrond verklaard en de sanctie van ƒ 240,- vernietigd, met terugbetaling aan betrokkene.
Betrokkene stelde vervolgens hoger beroep in bij het gerechtshof Leeuwarden en verzocht tevens om een proceskostenveroordeling tegen de advocaat-generaal. Het hof moest beoordelen of het hoger beroep ontvankelijk was, aangezien volgens artikel 14 WAHV Pro hoger beroep alleen mogelijk is als de opgelegde sanctie meer bedraagt dan ƒ 150,-.
Het hof overwoog dat de kantonrechter door vernietiging van de sanctie feitelijk geen sanctie had opgelegd, waardoor de uitzondering in artikel 14, eerste lid, WAHV van toepassing was en het hoger beroep niet ontvankelijk kon worden verklaard. Daarnaast werd het beroep op een teleologische uitleg van de wet verworpen. Het hof kwalificeerde de beslissing van de kantonrechter als een tussenbeslissing, omdat nog niet was beslist op het verzoek tot proceskostenvergoeding, en stelde de stukken ter beslissing daarvan aan de griffier van de rechtbank Rotterdam.
Het hof verklaarde betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep en besloot de proceskostenkwestie door de rechtbank te laten behandelen.
Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens ontbreken van opgelegde sanctie.