ECLI:NL:GHLEE:2002:AE2679
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Streppel
- Knijp
- Rechtspraak.nl
Schorsing tenuitvoerlegging loonvordering wegens financiële positie verweerder
In deze civiele procedure heeft het gerechtshof Leeuwarden op 8 mei 2002 uitspraak gedaan in een incident betreffende de schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis van 5 februari 2002. De appellant, tevens eiser in het incident, verzocht om het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vanwege de slechte financiële situatie van de geïntimeerde, die verweerder is in het incident.
De kantonrechter had het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard zonder op dit verzoek in te gaan. Het hof beoordeelde het verzoek primair als een vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging op grond van artikel 351 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering. Hierbij werd een belangenafweging gemaakt tussen de partijen, waarbij het belang van de eiser om de veroordeling te effectueren werd afgewogen tegen het belang van de verweerder om de bestaande toestand te behouden tot het hoger beroep is beslist.
Het hof constateerde dat de verweerder de slechte financiële positie niet had betwist met onderbouwing, terwijl de appellant gemotiveerde omstandigheden had aangevoerd die dit bevestigen. De verweerder stelde geen spoedeisend belang bij onmiddellijke uitvoering van het vonnis. Daarom oordeelde het hof dat het belang van de appellant zwaarder weegt en schorst het de tenuitvoerlegging van het vonnis tot het eindarrest in het hoger beroep. Tevens werd de verweerder veroordeeld in de kosten van het incident.
Uitkomst: De tenuitvoerlegging van het vonnis wordt geschorst tot het eindarrest in hoger beroep en de verweerder wordt veroordeeld in de kosten van het incident.