ECLI:NL:GHLEE:2002:AE2690
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Knijp
- Bax-Stegenga
- Jonkers
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijk aansprakelijkheid FBTO en bestuurder voor materiële en immateriële schade na verkeersongeval met invalidenvoertuig
In deze civiele procedure vordert de moeder van een overleden dochter schadevergoeding van FBTO, de verzekeraar, en de bestuurder die betrokken was bij het ongeval. Het hof beoordeelt of het invalidenvoertuig als motorrijtuig valt onder de Wegenverkeerswet en stelt vast dat de aansprakelijkheid op grond van artikel 6:162 BW Pro moet worden beoordeeld.
Het hof oordeelt dat de bestuurder onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte door te hard te rijden en onvoldoende rekening te houden met de kwetsbare positie van de dochter als rolstoelgebruiker. Hoewel de dochter ook onvoorzichtig handelde, wordt de aansprakelijkheid verdeeld op 40% voor de bestuurder en 60% voor de dochter.
Daarnaast erkent het hof de psychische schade (schrikschade) van de moeder door de directe confrontatie met het ongeval en stelt vast dat FBTO en de bestuurder hoofdelijk aansprakelijk zijn voor een deel van deze immateriële schade. De totale schadevergoeding wordt nader vastgesteld in een schadestaatprocedure, waarbij voorschotten worden toegekend.
Het hof vernietigt eerdere vonnissen en wijst de vorderingen van de moeder deels toe, waarbij iedere partij haar eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: FBTO en de bestuurder zijn hoofdelijk aansprakelijk voor 50% van de materiële schade en een deel van de immateriële schrikschade van de moeder.