ECLI:NL:GHLEE:2002:AE2698
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Zuidema
- Meijeringh
- Streppel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vernietiging en ontbinding van huurovereenkomst in faillissement
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of de curator in het faillissement van een B.V. terecht de huurovereenkomst tussen de B.V. en een stichting had vernietigd en ontbonden op grond van artikel 42 Faillissementswet Pro wegens benadeling van schuldeisers.
De rechtbank had eerder geoordeeld bevoegd te zijn en de curator ontvankelijk, maar het hof vernietigt het vonnis van 20 maart 2001 omdat de rechtbank niet bevoegd was. Het hof oordeelt dat de curator wel ontvankelijk is en dat de huurovereenkomst vernietigd kan worden vanwege de veel te lage huurprijs die het actief van de failliete boedel benadeelde.
Het hof stelt vast dat de huurovereenkomst voor 40 jaar met optie voor nog eens 40 jaar was gesloten tegen een huurprijs die ver onder de marktwaarde lag. De wetenschap van benadeling van schuldeisers door de betrokken partijen is voldoende vastgesteld. De vernietiging heeft terugwerkende kracht, waardoor ook de onderhuurovereenkomst niet geldig is.
De grieven van appellanten worden grotendeels verworpen, waaronder het betoog dat de curator niet in het belang van de gezamenlijke schuldeisers handelde. De curator wordt in het gelijk gesteld en appellanten worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De huurovereenkomst is vernietigd wegens benadeling van schuldeisers en de curator is ontvankelijk verklaard in zijn vordering.