ECLI:NL:GHLEE:2002:AE2767
Gerechtshof Leeuwarden
- Eerste aanleg - meervoudig
- Pruiksma
- Huiskes
- Wolt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag en boete inkomstenbelasting 1996 bij exploitatie coffeeshop
Belanghebbende kreeg in december 1998 een ambtshalve aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd over 1996 met een belastbaar inkomen van ƒ 140.000. Zij diende in februari 1999 alsnog een aangifte in met een belastbaar inkomen van ƒ 37.851. De inspecteur beschouwde deze aangifte als een verzoek om ambtshalve vermindering en startte een boekenonderzoek. Op basis van dit onderzoek werd een navorderingsaanslag opgelegd met een belastbaar inkomen van ƒ 177.119, inclusief een boete van 25% over de nagevorderde belasting.
Belanghebbende voerde aan dat de coffeeshop niet geheel voor haar rekening werd gedreven en stelde dat er sprake was van een vennootschap onder firma of maatschap met een werknemer. Daarnaast betwistte zij de theoretische winstberekening en de hoogte van de boete. Het hof stelde vast dat de onderneming wel degelijk volledig voor rekening van belanghebbende werd gedreven en dat de boekhouding ondeugdelijk was, waardoor de inspecteur een redelijke schatting van de winst maakte.
Het hof oordeelde dat de boete terecht was opgelegd vanwege grove schuld van belanghebbende door de ondeugdelijke kas- en inkoopadministratie, waardoor te weinig belasting werd geheven. Het beroep werd ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag met boete bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de navorderingsaanslag en boete wordt ongegrond verklaard.