ECLI:NL:GHLEE:2002:AE3229
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Huisman
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken machtiging in bestuursrechtelijke zaak
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft het Gerechtshof Leeuwarden het hoger beroep van een derde behandeld tegen een beslissing van de kantonrechter Utrecht. De kantonrechter had het beroep van de betrokkene tegen een administratieve sanctie van €27,23 niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroep niet door de betrokkene of diens gemachtigde was ingesteld.
De derde stelde vervolgens hoger beroep in, maar weigerde een machtiging van de betrokkene te overleggen, ondanks herhaalde verzoeken van het hof. De advocaat-generaal diende een verweerschrift in en de derde kreeg de mogelijkheid om het beroep nader toe te lichten, maar maakte hier geen gebruik van.
Het hof oordeelde dat op grond van artikel 2:1, tweede lid, en artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een machtiging vereist is wanneer een ander dan de betrokkene hoger beroep instelt. Omdat de derde niet aan dit vereiste voldeed en het verzuim niet herstelde binnen de gestelde termijn, verklaarde het hof het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hoger beroep van de derde is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een schriftelijke machtiging van de betrokkene.