ECLI:NL:GHLEE:2002:AE3243

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
10 april 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 01-00603
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Vellinga
  • Huisman
  • Van Dijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 lid 3 WAHVArt. 2 lid 1 WAHVArt. 5 WAHVArt. 6 EVRM
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet stellen van zekerheid bij administratieve sanctie WAHV

In deze zaak is het hoger beroep behandeld tegen de beslissing van de kantonrechter Rotterdam die het beroep van betrokkene niet-ontvankelijk verklaarde omdat betrokkene niet binnen de in artikel 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid had gesteld voor de betaling van een administratieve sanctie. Betrokkene voerde aan dat hij als jonge ondernemer niet in staat was om deze zekerheid te stellen.

Het hof overweegt dat als eigenaar van een autoverhuurbedrijf betrokkene rekening moet houden met het risico dat huurders overtredingen begaan die onder de WAHV vallen. Het is aan betrokkene om contractuele afspraken te maken over wie de kosten van administratieve sancties draagt, maar dit doet niets af aan zijn kentekenaansprakelijkheid op grond van artikel 5 WAHV Pro.

Het hof oordeelt dat de eis tot het stellen van zekerheid niet in strijd is met het recht op toegang tot de rechter zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro. Betrokkene kan zich niet beroepen op financieel onvermogen, omdat daarvoor geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld of gebleken.

Gelet op deze overwegingen bevestigt het hof de beslissing van de kantonrechter en verklaart het beroep van betrokkene niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkheid van het beroep wegens het niet stellen van zekerheid voor betaling van de administratieve sanctie.

Uitspraak

WAHV 01/00603
10 april 2002
CJIB 41379239
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter te Rotterdam
van 2 november 2001
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam niet-ontvankelijk verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal heeft een reactie gegeven op de nadere toelichting op het beroep.
3. Beoordeling
3.1. De kantonrechter heeft, uitgaande van zijn - in hoger beroep niet bestreden - vaststelling dat de betrokkene niet binnen de in art. 11, derde lid, WAHV gestelde termijn zekerheid heeft gesteld voor de betaling van de opgelegde administratieve sanctie en dat de betrokkene evenmin binnen een nader gestelde termijn dit verzuim heeft hersteld, het beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard.
3.2. De betrokkene stelt dat hij niet in staat is om zekerheid te stellen. Ter staving van die stelling voert de betrokkene aan dat indien hij als verhuurder van motorrijtuigen zekerheid moet stellen voor de betaling van alle overtredingen welke zijn verricht door huurders van zijn motorrijtuigen, hij als jonge ondernemer niet lang zal voortbestaan.
3.3. Omtrent hetgeen de betrokkene heeft aangevoerd, overweegt het hof als volgt.
Als eigenaar van een autoverhuurbedrijf behoort het tot de bedrijfsvoering van de betrokkene om rekening te houden met de mogelijkheid dat huurders gedragingen als bedoeld in de in art. 2, eerste lid, WAHV vermelde bijlage, zullen verrichten. Het is vervolgens aan de betrokkene om in de contractuele relatie tussen hem als verhuurder en zijn huurders nadere afspraken te maken over de vraag voor wiens rekening administratieve sancties ter zake van vorenbedoelde gedragingen komen. Zulks laat echter de kentekenaansprakelijkheid van de betrokkene ingevolge art. 5 WAHV Pro onverlet. Onder deze omstandigheden komt het voor rekening van de betrokkene dat hij niet kan voldoen aan de eis tot het stellen van zekerheid en is die eis niet in strijd met het in art. 6 EVRM Pro belichaamde recht op toegang tot de rechter. Derhalve komt aan de betrokkene geen beroep toe op financieel onvermogen, behoudens bijzondere omstandigheden die in casu noch zijn gesteld noch waarvan is gebleken.
3.4. Gelet op het vorenoverwogene dient de beslissing van de kantonrechter te worden bevestigd.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mrs. Vellinga, Huisman en Van Dijk, in tegenwoordigheid van mr. Muntinga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.