ECLI:NL:GHLEE:2002:AE3467
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Vellinga
- Huisman
- Van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-stellen zekerheid WAHV
De betrokkene stelde beroep in tegen een beslissing van de officier van justitie inzake een administratieve sanctie onder de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV). De kantonrechter verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat de betrokkene niet binnen de wettelijke termijn zekerheid had gesteld voor betaling van de sanctie.
In hoger beroep werd niet betwist dat de betrokkene deze zekerheid niet had gesteld en ook niet binnen een gestelde termijn had hersteld. De betrokkene voerde aan dat hij niet correct was geïnformeerd over de verplichting tot zekerheidstelling, maar het hof stelde vast dat de officier van justitie hem tweemaal schriftelijk had geïnformeerd op het toen bekende adres. De betrokkene had nagelaten zijn adreswijziging aan de officier van justitie door te geven, waardoor de correspondentie hem niet bereikte.
Het hof oordeelde dat de betrokkene gehouden was zijn adreswijziging tijdig aan de officier van justitie of kantonrechter te melden, en dat het niet bereiken van de brieven voor zijn rekening kwam. De stelling dat de brief van de griffier geen correcte mededeling was, deed niet af aan het feit dat de betrokkene voldoende gelegenheid had gehad om zekerheid te stellen.
De betrokkene stelde ook dat de termijn tussen gedraging en berechting te lang was, waardoor het recht van vervolging zou moeten worden ontzegd. Het hof oordeelde dat op het moment van de mededeling over zekerheidstelling geen sprake was van een situatie die vernietiging van de beschikking rechtvaardigde. Het hof bevestigde daarom de beslissing van de kantonrechter en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wegens het niet tijdig stellen van zekerheid.