ECLI:NL:GHLEE:2002:AE3594

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
22 mei 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 02-00200
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Huisman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging administratieve sanctie voor gebruik verdrijvingsvlak bij wegversmalling

Betrokkene werd door de officier van justitie een administratieve sanctie van 240 gulden opgelegd wegens het gebruik van een verdrijvingsvlak op 8 november 2000. Hij stelde dat hij door late waarneming van de wegversmalling en een discussie met zijn echtgenote genoodzaakt was het verdrijvingsvlak te gebruiken.

De kantonrechter verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond en het gerechtshof bevestigde deze beslissing. Het hof oordeelde dat van een bestuurder op de linker rijstrook verwacht mag worden tijdig in te voegen op de rechterrijstrook zonder gebruik te maken van het verdrijvingsvlak.

Omdat betrokkene noch de aanduiding wegversmalling noch het verdrijvingsvlak tijdig had waargenomen en dit aan hemzelf te wijten was, waren er geen omstandigheden die matiging van de sanctie rechtvaardigden. Het hof bevestigde daarom de opgelegde boete.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de administratieve sanctie van 240 gulden voor het gebruik van het verdrijvingsvlak.

Uitspraak

WAHV 02/00200
22 mei 2002
CJIB 38491412
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter in de rechtbank te Zwolle
van 29 januari 2002
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene),
wonende te [woonplaats]
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Zwolle ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen, maar heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
3. Beoordeling
3.1. Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van fl 240,-- opgelegd ter zake van "als bestuurder een verdrijvingsvlak gebruiken", welke gedraging zou zijn verricht op 8 november 2000 op de Hogering te [woonplaats]
3.2. De betrokkene ontkent niet dat hij de gedraging heeft verricht. Hij stelt echter, zo begrijpt het hof, dat de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken dan wel, dat gelet op de omstandigheden waarin hij verkeerde, een lager bedrag dan de opgelegde administratieve sanctie vastgesteld had moeten worden. Hiertoe voert hij aan, dat hij te laat de aanduiding wegversmalling heeft opgemerkt om tijdig in te voegen op de rechterrijstrook, waardoor hij genoodzaakt was om het verdrijvingsvlak op de linkerrijstrook te gebruiken. Dit, omdat hij zocht naar de exacte locatie van een sporthal, die de plaats van bestemming was en vanwege een discussie met de echtgenote van de betrokkene over de vraag welke afslag moest worden gekozen om die plaats te bereiken.
3.3. Van een bestuurder van een voertuig, dat - zoals het voertuig van de betrokkene - zich op de linker van twee rijstroken bevindt, kan worden gevergd, dat hij zo tijdig invoegt tussen het verkeer op de rechterrijstrook, dat hij geen gebruik behoeft te maken van het verdrijvingsvlak dat zich op de linkerrijstrook bevindt. Uit het relaas van de betrokkene blijkt, dat hij noch de aanduiding wegversmalling, noch het verdrijvingsvlak voldoende tijdig heeft waargenomen en daardoor niet tijdig heeft kunnen invoegen op de rechterrijstrook. Derhalve is het aan de betrokkene zelf te wijten dat niet kon worden voorkomen dat de gedraging werd verricht.
3.4. Gelet op het vorenoverwogene is niet gebleken van omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden die het opleggen van een administratieve sanctie niet billijken dan wel tot matiging van de opgelegde sanctie dienen te leiden.
3.5. Derhalve dient de beslissing van de kantonrechter bevestigd te worden.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
bevestigt de beslissing van de kantonrechter.
Dit arrest is gewezen door mr. Huisman, in tegenwoordigheid van mr. Muntinga als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.