ECLI:NL:GHLEE:2002:AE3818

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
24 april 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
WAHV 01-00630
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Rechters
  • Huisman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 WAHV (oud)Art. 11 lid 3 WAHV (oud)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen administratieve sanctie WAHV

Betrokkene stelde hoger beroep in tegen een beslissing van de kantonrechter die het beroep tegen een administratieve sanctie ongegrond verklaarde. De opgelegde sanctie bedroeg ƒ 140, wat lager is dan de wettelijke drempel van ƒ 150 voor ontvankelijkheid in hoger beroep.

De advocaat-generaal trok de inleidende beschikking in en stelde het hof hiervan op de hoogte. Betrokkene reageerde niet duidelijk op de vraag of het hoger beroep gehandhaafd werd, maar verzocht wel om een kostenvergoeding. Het hof overweegt dat op grond van artikel 14 WAHV Pro (oud) het hoger beroep niet ontvankelijk is omdat de sanctie onder de drempel ligt.

Ten overvloede verwijst het hof het verzoek om proceskostenvergoeding naar de sector kanton van de rechtbank Amsterdam. Het arrest verklaart betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep en is gewezen door mr. Huisman.

Uitkomst: Betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens een sanctie onder de wettelijke drempel.

Uitspraak

WAHV 01/00630
24 april 2002
CJIB 39265948
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep
tegen de beslissing van de kantonrechter te Amsterdam
van 23 juli 2001betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene) wonende te [woonplaats].
1. De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.Het procesverloop
De betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld.
Bij brief gedateerd 3 januari 2001, het hof leest 3 januari 2002, heeft de advocaat-generaal het hof bericht, dat is besloten om de inleidende beschikking van 1 februari 2001, waarbij aan de betrokkene een administratieve sanctie is opgelegd, in te trekken en dat de betrokkene hiervan in kennis is gesteld.
Bij brief van 4 januari 2002 heeft het hof de betrokkene verzocht aan het hof mede te delen of het hoger beroep wordt gehandhaafd.
Bij brief van 8 januari 2002, bij het hof ingekomen op 10 januari 2002, heeft de betrokkene verzocht om een kostenvergoeding. De betrokkene heeft zich in deze brief niet uitgelaten over de handhaving dan wel intrekking van het hoger beroep.
De advocaat-generaal is in de gelegenheid gesteld op het verzoek om een kostenvergoeding te reageren. Bij brief van 14 januari 2002 is van deze gelegenheid gebruik gemaakt.
Bij brief, bij het hof ingekomen op 1 februari 2002, heeft de betrokkene hierop gereageerd.
3. Beoordeling
3.1. Ingevolge het bepaalde in artikel 14 (oud) WAHV kan tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden worden ingesteld, indien de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan ƒ 150,--, of indien de betrokkene niet-ontvankelijk is verklaard wegens het niet of niet tijdig stellen van zekerheid als bedoeld in art. 11, derde lid, WAHV. De aan de betrokkene opgelegde sanctie bedraagt ƒ 140,--. Op grond van het bovenstaande dient de betrokkene niet-ontvankelijk te worden verklaard in het hoger beroep.
3.2. Ten overvloede overweegt het hof, dat het hof de zaak voor zover deze het verzoek om een kostenvergoeding betreft ter verdere afdoening zal zenden aan de sector kanton van de rechtbank te Amsterdam.
4. De beslissing
Het gerechtshof:
verklaart de betrokkene niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door mr. Huisman, in tegenwoordigheid van mr. Bennen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.