ECLI:NL:GHLEE:2002:AE4021
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Meijeringh
- Verschuur
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van appellant in hoger beroep wegens verstek in eerste aanleg
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen, waarin hij in eerste aanleg verstek liet gaan. Het hof stelt vast dat op grond van artikel 335, lid 1 oud Rv, tegen wie in eerste aanleg verstek is verleend, geen principaal hoger beroep openstaat. Appellant had verzet moeten instellen tegen het verstekvonnis in plaats van hoger beroep.
Het hof overweegt dat de wet geen regeling kent die het hof de mogelijkheid geeft de zaak terug te verwijzen naar de rechtbank in deze situatie. Daarom verklaart het hof appellant niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep. Tevens wordt appellant veroordeeld in de kosten van de procedure in hoger beroep, die aan de zijde van geïntimeerde COA worden begroot op een bedrag van €986,69.
De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer van het Gerechtshof Leeuwarden, waarbij de voorzitter, twee raadsheren en de griffier aanwezig waren. Dit arrest bevestigt de strikte toepassing van procesrechtelijke regels omtrent verstek en hoger beroep.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep en veroordeeld in de proceskosten.