ECLI:NL:GHLEE:2002:AE4905
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Bloem
- Melssen
- Postma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen faillietverklaring wegens nietigheid hoofdelijke aansprakelijkheid en toestemming echtgenoot
Appellante werd door de rechtbank failliet verklaard op verzoek van H.W.L. wegens een onbetaalde geldleningsovereenkomst waarbij zij zich hoofdelijk aansprakelijk stelde. In hoger beroep betwistte zij deze aansprakelijkheid, stellende dat zij toestemming van haar echtgenoot behoefde volgens artikel 1:88 lid 1 en Pro 4 BW, omdat de lening niet tot de normale bedrijfsuitoefening behoorde.
Het hof oordeelde dat de geldleningsovereenkomst een omzetting betrof van onverhaalbare vorderingen en niet een gebruikelijke transactie was. De toestemming van de echtgenoot ontbrak, hetgeen de hoofdelijke aansprakelijkheid nietig maakt. Ook was onduidelijk of de echtgenoot toestemming had gegeven, ondanks een betalingsaanbod namens de vennootschap.
Verder stelde het hof vast dat appellante niet langer in staat van opgehouden te betalen verkeert, mede omdat de meeste schulden gewone lopende schulden zijn en een belangrijke vordering betwist wordt. Daarom werd het faillissement vernietigd en het verzoek afgewezen. De faillissementskosten werden ten laste van appellante gebracht.
De uitspraak benadrukt de bescherming van echtgenoten tegen financieel riskante handelingen en de noodzaak van toestemming bij hoofdelijke aansprakelijkheid buiten normale bedrijfsuitoefening.
Uitkomst: Het hof vernietigt het faillissementsvonnis en wijst het verzoek tot faillietverklaring van appellante af.