ECLI:NL:GHLEE:2002:AE5197
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Knijp
- Bax-Stegenga
- De Bock
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bij verkeersongeluk door bijzondere manoeuvre met motorvoertuig en eigen schuld motorfietsbestuurder
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of de bestuurder van een motorvoertuig met aanhangwagen aansprakelijk was voor schade aan de duopassagiere van een motorfiets, en of de motorfietsbestuurder eigen schuld had aan het ongeval. De Friesland, als ziektekostenverzekeraar van de duopassagiere, vorderde regres op Delta Lloyd, de WAM-verzekeraar van de motorvoertuigbestuurder.
Het hof stelde vast dat de motorvoertuigbestuurder een bijzondere manoeuvre uitvoerde waarbij hij eerst naar links uitweek om vervolgens rechtsaf te slaan, zonder zich voldoende te vergewissen van het overige verkeer. Dit was in strijd met art. 5 WVW Pro 1994 en art. 54 RVV Pro 1990, waardoor sprake was van een onrechtmatige daad jegens de duopassagiere. De motorvoertuigbestuurder had de motorfietsbestuurder moeten opmerken en rekening houden met diens positie.
Tegelijk oordeelde het hof dat de motorfietsbestuurder eigen schuld had door de combinatie rechts in te halen, in strijd met art. 11 RVV Pro 1990. Deze gedraging droeg mede bij aan het ongeval. De schade werd daarom gelijkelijk verdeeld (50:50) tussen de aansprakelijke partij en de verzekeraar van de motorfietsbestuurder. De Friesland werd veroordeeld tot betaling van de helft van de gevorderde schade, vermeerderd met wettelijke rente en een gematigde incassokostentoewijzing.
De vorderingen van De Friesland werden grotendeels afgewezen en het vonnis van de rechtbank werd bekrachtigd. Beide partijen werden veroordeeld in de kosten van hun respectievelijke appelprocedures.
Uitkomst: De aansprakelijkheid voor de schade wordt gelijk verdeeld tussen de verzekeraar van de motorvoertuigbestuurder en de eigen schuld van de motorfietsbestuurder, waarbij De Friesland slechts de helft van de schadevergoeding ontvangt.